Gedichten

Goed, dit blog is nog steeds onder constructie, net als de rest van mijn leven…

Ik schrijf hier niet veel, maar gelukkig wel elders. Zo schreef ik vandaag weer eens een gedicht over die bomen… Hier te lezen en vooral te beluisteren!

Je vindt daar nog meer gedichten die er soms zomaar uitrollen, omdat ze eruit moeten rollen. Ik kan ze in elk geval niet tegenhouden. Daarom probeer ik ze zo goed mogelijk op papier te vangen en ze daarna weer in geluid eruit te gooien. Zoiets. Ik kan het meestal niet vatten. Me eraan overgeven als een doorgeefluik is het enige dat ik kan doen.

Trouwens, voor het project Ont(k)leed schreef ik ook al een stuk of wat gedichten over het mannenlichaam. Dat je niet denkt dat ik helemaal stil zit en in 2015 en 2016 niet meer schreef dan dit… Op www.ont-k-leed.eu lees je meer over het project en op deze pagina kun je meteen naar de gedichten waar ik het over heb.

Geniet ervan en tot de volgende!

 

UNDER CONSTRUCTION

Dit blog is veel te lang aan zijn lot overgelaten door ondergetekende… shame on me!

Maar dat gaat veranderen! De komende tijd zal alles anders worden, just wait and see…

DUS, hou het in de gaten, zoals ik jullie in de smiezen houd, en dan zal ik binnenkort herrijzen uit de digitale as. Tot die tijd, hou vol, blijf rustig doorademen en heb elkander lief!

xx

 

 

 

 

My shadow days are over..*

Wat heb ik dit gemist. Wat heb ik jou gemist. Niet dat je ooit verdwenen was uit mijn gedachten, maar je was ver weg. Verdomde ver weg. Hoewel ik je nooit uit het oog ben verloren. Je was er constant, recht voor mijn neus. Het lukte me echter niet om bij je komen. Keer op keer strekte ik mijn arm en hand uit om op je schouder te tikken en ik dacht je te raken, maar mijn vingers gleden langs je heen. Een onzichtbaar laagje hield ons uit elkaar, een ondoordringbaar vlies dat alles troebel maakte.

Voor mij dan toch. Ik geloof niet dat jij je heldere kijk op de dingen was verloren. Ook nu zie ik je glimlachen en naar me kijken met die blik vol vertrouwen. Mijn baken in de strijd. Hoe kon ik jou ooit loslaten? Of toch minstens de draad tussen ons zo in de knoop laten komen dat ik hem bijna niet meer kon ontwarren? Hoe heb ik hem überhaupt uiteen gekregen?

Ik zie in je ogen dat jij het antwoord weet. Dat je het altijd al hebt geweten. Dat je zelfs nu al weet dat ik in de toekomst opnieuw van je af zal dwalen, zo ver dat ik je bijna niet meer zal herkennen, maar ook dan uiteindelijk bij je zal weerkeren. Ik zie het nu ook weer helder. Ik twijfel niet meer. Jij bent mijn lotsbestemming. Wij zijn verbonden in de woorden die jij uit mij dwingt. Nu die zware schaduw opgetrokken is, kan ik ze weer lezen in mijn hoofd. Ze zijn weer vrij om op te stijgen.

Dat is eigenlijk het enige dat ik je kwam vertellen. Ik heb namelijk geen verhaal. Geen avontuur. Ik  zat vast, zeg ik je net. Compleet verstrikt in de chaos van mijn vrije leven. Onrust maakte van mijn hoofd een grote pan vol borrelende lettervermicellisoep. Ik kon roeren wat ik wilde, ik kreeg er geen chocola van gemaakt. Overleven is niet hetzelfde als leven.

En nu zit ik hier driftig te tikken op dat toetsenbord. Ik kon niet anders. Ik moest. Ik moet. Ik wil je laten weten dat ik er voorlopig weer ben. Ik wil je mijn woorden geven, al zijn ze misschien niet gewichtig. Of literair verantwoord. Het kan me niet schelen. Ze zijn van mij voor jou. Meer telt niet op dit ogenblik. Ik weet dat jij dat begrijpt. Dat maakt jou zo fantastisch.

Het komt erop neer dat er opnieuw licht is in mijn leven. Vanuit verschillende hoeken zijn de schaduwen weggeblazen. Ik geef weer licht door. Eindelijk. En voor het eerst in jaren word ik verwarmd met zilver licht. Geheel onverwacht.  Niet gedacht dat die deur werkelijk van het slot was, al had ik een voorzichtig vermoeden. Blijkbaar heeft de juiste hand de klink gegrepen..

En na maanden krampachtig pogen mijn voeten in de aarde te steken, realiseerde ik me dat ik moest bewegen. Het asfalt op met James. Mijn enige eigen plek op de wereld op dit moment. Opnieuw thuis op reis. Misschien ben ik werkelijk gedoemd om te zwerven. Een dolende ziel op vier wielen. Ik weet het antwoord niet.

Jij wel? Wil je me er deelgenoot van maken? Of blijf je zwijgend naar me grijzen?

Wel, bij deze grijns ik breeduit naar je terug. En ik neem er nog een op ons. Salute!

 

* Shadow Days by John Mayer: http://www.youtube.com/watch?

Let’s spring!

Ik heb je alweer verwaarloosd. Het spijt me. Oprecht. Er is geen excuus, ik weet het. Ik heb niets dan slappe uitleg, maar ik zal een poging wagen. Dat is het minste wat ik kan doen voor jou. Jij die hier altijd op me wacht.
Ik vermoed twee redenen:

1. Mijn neiging tot lanterfanten, flierefluiten en rondrennen in het leven als een pasgeboren lammetje in de wei, vrolijk rondhupsend tussen de boterbloemen en madeliefjes op zoek naar avontuur en andere beestjes om in de kont te bijten. Je kent me. Ik heb zelden de lente niet in mijn kop. Mijn hoefjes trappelen als vanzelf onder mijn lijf vandaan als ik te lang binnen ben gebleven. En ik heb veel buiten gespeeld de laatste tijd..dat kan ik niet ontkennen.

2. Mijn onbegrijpelijke drang om weg te lopen van de dingen die goed voor me zijn, totdat ik me eraan overgeef in een bijna blind fanatisme, kenmerkend voor deze alles-of-niks-junkie. Ik wacht, ik stel uit, omdat ik me er totaal en onvoorwaardelijk in wil smijten op het juiste moment. Wanneer het echt kan. Wanneer alles klopt. Dus ik ontwijk. Ik schuif voor me uit. Keer op keer. Maar telkens zinloos.
Want er is immer dat ene punt in de tijd. Het ogenblik dat ik mijzelf  inhaal en tegen mijn eigen bips bots. Het springend lam dat plots zichzelf sjokkend ziet grazen tussen de makke schapen om zich heen, ergens in een gezapige toekomst in de kudde. Genoeg schrik in de wol om zich de komende tijd weer als een bokkige ram te gedragen dus! Iets met sport, discipline en veel schrijven. Heel veel schrijven. Mijn eerste roman bijvoorbeeld..

Maar goed, dat zijn allemaal speculaties gebaseerd op winderige chocolade eieren. Ik spuit ook maar wat losse elf.

Verder gaat het trouwens erg goed. Ik strijk voorlopig weer een tijdje neer in het Haagse. Wie weet heb ik daar binnenkort ook weer pecunia en een dak om onder te slapen.
Maar bovenal heb ik vreselijk veel mooie mensen om me heen die me volstoppen met vriendschap en warmte. En verse broodjes erbovenop.
Een normaal mens zou bijna misselijk worden van zoveel geluk. Gelukkig ken ik geen normale mensen.

Kus en een kopje in je hals,
Eef

Just an ordinary day saying hello

I’m in Africa. Western Africa. Senegal to be more precise. The little village of Warang, a three hour car journey south of Dakar to be exact. I can see the Atlantic ocean from my roof terrace, but this morning I was too lazy to take the four minute walk up there. It’s the midst of winter and it’s freaking hot out here. Nice, very nice.

It took me a while to get up from my softly swinging hammock to do some groceries. But here I am, slowly placing one flip-flop before the other through the hot African sand which they call a street here, carefully watching the consistency of that same sand and not trying to step into goat shit, dog shit, donkey shit, horse shit or any of the other garbage spread around. Bins are a rare phenomena here. The same goes for street names, addresses or any other residency indications. And mailmen I guess.

I made it to the mini supermarket without being harassed by any men, women or children that just want to say hello. I even managed to get all the stuff I wanted without delay, without too much negotiating and no pressure at all to buy this package of lovely peanuts, this bundle of gorgeous fresh bananas and that very special four kilo watermelon. This is turning out to be an easy little trip. An easy day.

A day without that lovely African chatting about nothing, just being friendly. Just asking how you’re doing. Just wanting to know where you’re from. Is this is your first visit to Senegal, beautiful isn’t it? How long you are staying here, for your holidays, right? You are really beautiful and young, are you married? You see, I’m looking for a European wife and I like you. In fact, I think I love you, I know I do, can I get a kiss? Are you sure? Not one little kiss? A little gift then? For my children? Do you want to buy my fish? I caught it myself this morning, very fresh, very tasty. I’ll give you a good price. I’m your friend. Your husband to be, remember?

Easy days in Africa. Also very rare. Not that I’m complaining. Not at all. Just returning every hello with a big smile. After all, it’s winter and I’m wearing flip-flops..

‘Hitsig haantje plukt menig verse kippenborst’

Hij schijnt een versierder te zijn. Zeggen ze. Een haantje. Hij laat het zien in zijn debuut Komt een vrouw bij de dokter. Iedereen heeft gelezen over zijn vreemdgaan, zag het in de film.

Ik las destijds dat boek en dacht dit is het leven. Je doet je stinkende best, voelt op een dag alles uit je handen glippen en dan verkloot je de boel. En desondanks is er liefde, altijd. Zelfs als ze pijn doet.

Een ontroerend verhaal. Geruststellend. Tenminste voor mij. Ik dacht ik ben niet de enige die de dingen flink naar de knoppen kan laten gaan.

Een maand geleden stond ik ineens oog in oog met die zogezegde player. Ik zou even langskomen op de eerste INK+DRINK avond van Nightwriters om kennis te maken. Om te kijken of ik het zag zitten om een keer samen met gevestigde schrijvers en nieuwkomers als ikzelf in een bar vol drinkende mensen onze schrijfsels door een microfoon te schallen.

Ik tikte op zijn schouder, zei dat ik nog even handjes met hem moest schudden. Hij keek me niet begrijpend aan terwijl ik mijzelf voorstelde met mijn voornaam, omdat ik dat altijd doe. Ik verhelderde de situatie door mijn boek in zijn handen te drukken met de mededeling dat ik het absoluut zag zitten om te komen lezen. Hij zag mijn achternaam en keek nog steeds vragend.

Na enige uitleg over mijn mailwisseling met de contactpersoon van Nightwriters was de boel geklaard. Vervolgens flapte ik er met mijn benevelde grote snavel uit dat de seks in mijn bundel natuurlijk veel spannender en heftiger was dan die in zijn boeken. Ai.

Nog iets later sloeg ik mijzelf nogmaals op de borsten en gedroeg mij als een vet gebraden coq-au-gin-tonic toen ik een persoonlijke opdracht voor hem in mijn boek schreef…iets met aftroeven en met genieten. Aiaiai.

Hij bleef al die tijd vriendelijk lachen, zei dat hij het zeker zou lezen.

De volgende ochtend pikten een stuk of elf kakelende bekjes hard in mijn hoofd. Ik voelde mij een kippenboer met kiespijn die het lachen volledig was vergaan bij de aanblik van zijn schuur die hij toch echt zelf in zijn onhandigheid in de fik had gestoken. Of iets dergelijks.

Mijn danig hanig talent had zich weer eens goed geroerd. En die Kluun, wat een lieve jongen eigenlijk…

 

PS: Hoera! Op donderdag 27 oktober mag ik meedoen met INK+DRINK van Nightwriters! Kom langs in Bar 22 vanaf 21 uur, Wolvenstraat 22, Amsterdam en breng vooral je vrienden mee!

PPS: Laat je inspireren door mijn erotica bundel @Sterrenogen, maak je eigen erotisch verhaal in zes woorden (op Twitter), gebruik de hashtag #SEXWORDSTORY en WIN een beurt met mij!*

**************************************************************

‘Kroon mij met uw Koninklijke tong’

Twee weken geleden las ik het boek JamesWorthy van James Worthy in één ruk uit. Het was een maandagavond, ik zat in een comfortabele luie stoel in het huis aan een vriend waar ik logeerde. Die vriend was ergens in een broeierige sportschoolhet zweet uit zijn poriën aan het persen, dus ik had het rijk alleen.

Pagina na pagina sloeg ik om, ik schrokte alle woorden naar binnen. Het kussen van de stoel werd warm en begon te prikken in mijn klamme billen. Ik had nog tijd, zonder probleem zou ik mijn ene hand in mijn korte broekje kunnen laten glijden om daar voor enige verkoeling te zorgen.

Maar het lukte me niet om te stoppen met lezen, geen van mijn handen wilde James loslaten. Ik kreeg dat ellendige boek niet weggelegd tot ik de laatste bladzijde had verslonden.

Toen het moment daar was, en ik de laatste woorden met blozende wangen naar binnen slurpte, zat mijn gastheer al lang en breed op zijn sofa tegenover me. Onrustig heen en weer glijdend in de fauteuil kon ik nog maar één ding doen: denken aan de kunsten van James.

Sindsdien spoken ze rond in mijn koortsachtige dromen. Vooral die ene opwindende douche scene op het tankstation klotst al twee weken na in mijn hoofd. En dat terwijl ik helemaal niet houd van seks met water. Hoe heeft hij dat voor elkaar gekregen?

Warempel een oraal talent die jongen.

Kroon mij met uw Koninklijke tong #SEXWORDSTORY

**************************************************************

WIN een beurt met Eef Lanoye!*

Laat je inspireren door de erotica bundel @Sterrenogen, schrijf je eigen erotisch verhaal in 6 woorden op Twitter en gebruik de hashtag #sexwordstory

Ik ben een rivier, ik draag het wrakhout op mijn rug*

Ik zal het je maar onmiddellijk vertellen. Ik ben verliefd. Hoteldebotel van het leven. Smoorverliefd op Italië. En na vijftien jaar opnieuw tot over mijn oren op Sardinië. De godganse dag door schreeuwt mijn hart het uit van geluk, het is bijna niet te verdragen. Ik loop rond als een idioot met een constante grijns op mijn zon getinte gezicht. Ik steek iedereen die ik ontmoet ermee aan.

Ik geef licht door aan hen die mijn weg kruisen. Ik kan het zien in hun ogen, er gebeurt iets op het moment dat ik ze mijn verhaal vertel. Een vonk slaat over, mijn vuur raakt hen in het hart. Het is onvermijdelijk, ik kan het niet helpen. Ik ben als een opengesneden slagader waar het bloed uit stelpt en alles rondom besmeurt.

Ik doe waarvoor ik hier op aarde ben. Dit is mijn taak. Mijn doel. Met eenvoudige middelen. Ik vertel wie ik ben met mijn woorden; in levende lijve of zwart op wit. En ik vertel met mijn lijf. Mij werkelijk kennen, is mij voelen. Als ik spreek met mijn lichaam verdriedubbelt het energieniveau en ontstaat er een nieuwe dimensie in tijd en ruimte. Een plaats voorbij taal. Een plek die net zo paradijselijk is als mijn Sardinië.

Het eiland waarop ik zestien jaar geleden voor het eerst in mijn leven ongekende hartstocht heb ervaren. Een liefde zo heftig dat ze me heeft verzwolgen en me heeft doen verdrinken in mijzelf. Ze was niet vol te houden, ons beider harten werden uiteen gereten door de afstand. Na het afscheid vijftien jaar geleden ben ik verdwenen in een put ergens diep vanbinnen. Er restte slechts een schaduw, een kopie die vooral met haar hoofd leefde.

Ik was onwetend. Ik geloofde mijzelf oprecht, terwijl ik mezelf volkomen in de luren had gelegd. Wist ik veel dat ik verstopt was. Tot ik na jaren langzaam weer boven water kwam. Heel voorzichtig zwom ik naar de oppervlakte en veroorzaakte daar hoge golven. Waterkolken en stroomversnellingen. Mijn leven lag op zijn gat, ikzelf met een bloedneus tegen de vlakte.

Maar mijn ogen waren weer geopend. Ik begon mijzelf weer te zien in het diepst van mijn wezen. En prompt werd mijn hart voor de tweede keer doorboord met een allesverzengende passie. Deze liefde was nog vuriger dan die eerste uit mijn jeugd. Ze bracht me tot in mijn ziel. Iets dat maar weinigen gegeven is. Ze liet me vliegen tot hoog in de hemel, en smeet me vervolgens ter aarde vanaf die hoogte. Ik bleef maandenlang vallen tot er niets meer overbleef van wie ik was.

Echte liefde is licht en duister ineen. De twee grote liefdes in mijn leven hebben mij laten stralen totdat het spectrum brak en ik alleen in het donker achterbleef. Net als beide anderen. Niemand is gespaard gebleven van destructie.

Het verschil met toen en nu? Destijds ben ik verder in de hoek gekropen en heb de deur achter me dicht getrokken. Het deksel op de put. Deze keer heb ik na lang zoeken de schakelaar gevonden en heb zelf het licht weer aangeknipt. Vandaag de dag ben ik mijn eigen licht.

Ik ontmoette drie dagen geleden voor het eerst na vijftien jaar opnieuw die eerste Italiaanse geliefde. Het was een weerzien dat ons beiden niet onberoerd liet. We praatten over kleine en grote dingen. Ik sprak met al mijn middelen en vertelde mijn verhaal. We trokken het verleden in het heden gedurende een dag en de tijd splitste zich in tweeën. Nu in toen en toen in nu. Betekenissen werden toegekend en al ken ik ze op dit moment nog niet allemaal, ik weet dat ze zich zullen openbaren in de toekomst. Er is iets verschoven, energie heeft zich verplaatst. Ik kan het overal om en in mij voelen. Proeven. Het is zo sterk dat het me soms de adem beneemt.

Maar het boezemt me geen angst in. Voor zover ik die überhaupt nog ervoer, ze is volledig verdampt. Ik kan niet meer bang zijn, al zou ik willen. Angst is een volslagen absurd concept geworden. Ik omarm het leven met alles wat ik ben. Met al mijn fouten, al mijn verdriet, al mijn pijn. Ze doen er niet meer toe, want ze zijn al gemaakt, ervaren, gevoeld. Ze zijn voorbij. En met al mijn wensen, dromen, plannen en ideeën. Zij doen er nog niet toe, want ze moeten nog worden vervuld en uitgevoerd. Die komen nog aan de beurt, geen zorgen. Want hier en nu is het goed, en dat is genoeg.

Dat is de enige basis die ik nodig heb om te vertrouwen op mijzelf. Op mijn leven. Op alles wat ik nog mag verwelkomen in mijn bestaan. Of dat nu veel of weinig is. Lang of kort. Alleen of samen. Alles zal goed zijn. Alles is goed.

Het is mijn houvast op de momenten dat mijn hart bloedt van eenzaamheid. Voor wanneer mijn ziel huilt in de wetenschap dat hij gedoemd is te dolen. En voor als ik tranen pleng van geluk door de vrijheid die ik als zwerver ervaar. Ja, zelfs dan.

Want deze nieuwe vrijheid is onder mijn huid gekropen en heeft zich daar genesteld. Ik vrees, niet voor mijzelf, maar voor mijn omgeving, dat ik op drift ben geraakt. Dat heeft consequenties die ik nu nog niet precies kan overzien. Zonder twijfel mooie gevolgen, maar niets is meer wat het was en alles zal anders zijn. Ik zeg het maar alvast, een kwestie van je enigszins voorbereiden. Waarop kan ik zoals gezegd, nog niet exact vertellen, maar weet dat het geweldig zal zijn. Geloof me. Dus vrees niet. Heb vertrouwen net als ik en heb vertrouwen in mij. Omarm mij zoals ik jou omarm.

Voel je me?

PS: wees gerust, alle plekken waar ik de afgelopen maand ben geweest (Salento, Basilicata, Calabria, Sicilia) en alle avonturen die ik daar
heb meegemaakt, komen uitgebreid aan bod in het boek over mijn reis…

 

*De rivier van Stef Bos

When in Rome do as Romans do*

Ik weet het, ik heb je te lang alleen gelaten. Ik loop al drie weken achter op mijn blog schema en dwing mezelf nu te schrijven over plekken waar ik reeds vertrokken ben. Letterlijk en figuurlijk. Het reizen heeft alle gevoel van tijd weggevaagd – ik vraag me niet meer elke dag minstens driemaal af wat voor dag het is, het interesseert me niet meer. Het maakt helemaal niets meer uit. Er is geen verschil meer tussen maandag, woensdag, vrijdag of zondag. Behalve dan dat op die laatste dag de meeste winkels gesloten zijn, maar niet allemaal en niet altijd. Dus elke dag is gelijk. En elke dag anders. Elke dag is alles mogelijk. En niets hoeft.

Er is geen vast patroon meer, geen schema. Ik heb wensen in mijn hoofd, maar ik maak geen strakke planning. Ik heb ideeën over routes, maar bezie elke dag opnieuw of ik ze ten uitvoer breng. Ik hou me nergens aan, en niemand legt mij ergens op vast. Mijn tijd is uitgerekt, ik heb er meer van dan ooit, en tegelijk weet ik dat ik tijd tekort kom om al mijn wensen te vervullen op deze ongelooflijke reis. Maar ook dat doet er niet toe.

Mijn leven voelt vloeibaar. Ongrijpbaar. Ik heb geen notie van wat me allemaal nog staat te gebeuren, maar ik weet dat ik dat alles zelf bepaal. Ik kies elke dag zeer bewust meerdere keren over het verloop ervan. Mijn bewustzijn is zo groot dat het me af en toe de adem beneemt. De vrijheid die ik ervaar, is amper in woorden te vatten en zo onmetelijk meer dan ik me ooit heb kunnen voorstellen. Iedere dag word ik overweldigd door de schoonheid van de wereld die Italië heet.

Ze slaat me in het gezicht met haar hitte, haar vele kleuren, haar rotsen en bergen, haar azuurblauwe zee, haar scheurende scooters, haar veelzijdige architectuur, haar sterke espresso, haar levendige taal, haar heerlijke pasta, haar goede wijn, haar nieuwsgierige bewoners, haar heftige handgebaren, haar chaotische verkeer, haar weidse landschappen, haar schilderachtige dorpjes, haar scherpe bochten in bergweggetjes langs een ravijn, haar slechte wegen, haar duizenden jaren oude ruines, haar goedlachse inwoners, haar toeterende medeweggebruikers, haar lekkere mannen, haar mooie vrouwen, haar verse ijs, haar oude kerken, haar liefde voor liefde, haar nog prijs te geven geheimen…

Elke dag kan ik sterven van geluk en elke dag word ik herboren. Ik raak verstrikt en verloren, maar iedere weg komt uit bij een nieuw begin. Ik vrees bij tijd en wijlen voor de capaciteit van mijn hart. Dag na dag overladen. Keer op keer overtroffen. Getroffen in het diepst van mijn wezen. Ik
ben geen reiziger. Ik ben mijn reis.

Ik wilde je vertellen dat overal waar ik kom, ik me voorstel hoe ik er zou wonen, wat ik zou doen, waar ik heen zou gaan voor mijn boodschappen en me daarom altijd zo gewoon mogelijk (lees niet toeristisch), maar wel vrouwelijk en leuk kleed. Tenminste dat hoop ik toch. Ik was daarom
helemaal blij dat een Engelse filmploeg me aanzag als een Italiaanse al trippelend op haar hakken op het Piazza di Popolo in Rome (190.187, zag de km stand verspringen van 189.999 naar 190.000!).

Ik wilde je deelgenoot maken van mijn avonturen in Le Cinque Terre (189.744), waar ik voor Rome vijf dagen verbleef en mijn eerste amoureuze ontmoeting had. Op deze reis dan hè. Eentje om nooit meer te vergeten, maar die alweer een eeuwigheid geleden lijkt.

En ik wilde je laten weten dat ik zo in vervoering raakte van mijn bezoek aan Pompei (190.462) dat de tranen over mijn wangen liepen. Dat ik aan het eind van diezelfde dag de rookpluimen in de krater van de Vesuvius zag kronkelen en alle gevoel van realiteit kwijt was. Gruwel en dood uit het
verleden schudden in het heden de hand van historische pracht, natuurlijke kracht en de pronkende praal van een chaos die Napels heet.

Dat ik daarna langs de Amalfi kust reed die pijn deed aan mijn ogen bij het zien ervan, dat ik verschrikkelijk genoot van het rijden door die honderden bochten in de weg en dat het leek alsof James om mij heen slingerde in plaats van wij samen op het asfalt. En hoe ik getrakteerd werd op een knetterend vuurwerk die avond vanaf een berg aan de overkant van de vallei van Cava di Tirreni (190.560).

En ik heb je zoveel te vertellen over mijn dagen daarna, toen ik ben overgestoken naar de Adriatische kust: het Castel del Monte, mijn eerste dagen in Monopoli (190.921), mijn heerlijke dagje Bari op en neer (191.030) waar ik de helft van mijn haar kwijt raakte bij de kapper en mijn negen (!)dagen daarna terug in Monopoli maar op een andere camping. Alwaar de afgelopen dagen plaats, tijd en mensen tot een samenballing kwamen die mijn hart compleet heeft opengebroken. Een vacuüm waaruit ik mijzelf vanochtend heb losgerukt met alle hartzeer van dien.

Dat ik een halve dag heb rondgereden op mini weggetjes door de streek van de trulli huizen voordat ik in staat was te stoppen, bang om de storm in mij niet aan te kunnen als ik stil zou staan. Bewegen, rijden, gaan en gaan en gaan, is de beste remedie. En bewust kijken, aandacht voor het moment, details in de omgeving zien en benoemen. Eigenlijk een vorm van meditatie: stilte in je hoofd zoeken door pure observatie (iets dat ik meteen herkende toen William Least Heat-Moon het benoemde in zijn boek Blue Highways**). En dat ik vanmiddag weer enigszins tot mijzelf kwam in het prachtige witte Ostuni door een espresso, een wandeling en een klein Italiaans gesprekje.

Maar ik kan het niet. Het spijt me. Ik ben zo vol van alles dat ik slechts hier op het camperpark bij Lecce (191.178) in James kan zitten in de hoop dat ik niet weer in huilen uitbarst. In de hoop dat ik ondanks de buikpijn van mijn overvolle hoofd en hart mijn pasta maaltijd binnenhoud.

Ik heb dit gevoel nog nooit beleefd. Intenser dan dit heb ik nog nimmer geleefd. Morgen struin ik door Lecce, een stadje met de meest verbluffende Italiaanse barokke architectuur naar het schijnt. Oh boy.

Vol vuur,

eef

*Engelse uitdrukking die overeenkomt met het Nederlandse gezegde “’s lands wijs, ‘s lands eer”

**Dank Peter Kuipers!

Cry Baby*

Daar ging ik dan…eindelijk kruiste ik de grens met La Bella Italia, het beloofde land! Vervolgens sloeg ik na Ventimiglia meteen linksaf richting Aierole, om na amper een paar Italiaanse kilometers alweer halt te houden. Maar ja, wat wil je als vrienden van je hier een huisje hebben? Waar ze
op dat moment vertoeven en een overheerlijke lunch van risotto, schaaldieren en een goed glas wijn aan het bereiden zijn? Stoppen en aanschuiven dus! Een heerlijk welkom op Italiaanse bodem door de Hollandse Miss Chris en haar Richard!

We maakten een prachtige middagwandeling op de heuvels rondom het dorpje naar een natuurlijk en ijskoud bassin van het riviertje, waar we een verkwikkende plons namen, en genoten ’s avonds van nog meer lekker eten. Het was een ontspannen en waarachtig begin van mijn Italiaanse  avontuur. Ik sliep voor een nachtje in het huis, hoewel het een beetje voelde alsof ik James in de steek liet en had een onrustige nacht. Bij het ontbijt op het dakterras keek ik echter over de mooie groene heuvels en glimlachte tevreden. Tot ik aan de overkant van de heuvels de koplampen zag flitsen van een kleine pick-up die over een kronkelweggetje slingerde.

Oops, dacht ik. Koplampen, dacht ik. En nogmaals: oops. Ik zei tegen mijn tafelgenoten wat ik zojuist had gedacht en voegde eraan toe dat ik mij niet herinnerde dat ik de koplampen van James gister had uitgedaan. Dat ik eigenlijk wel zeker wist dat ik ze niet had uitgedaan. En ik nam nog een slok van mijn sapje. Opnieuw was ik verbijsterend kalm. Tja, mocht het zo zijn, er was nu toch niets meer aan te doen, toch? Ik kon het net niet zien vanaf het huisje (James stond op een parkeerplaats een paar straten lager half in het zicht), dus ik ging even later op onderzoek uit. Zou de accu leeg zijn na een middag en nacht de lampen aanlaten? Mijn nieuwsgierigheid was snel bevredigd en ik kan bevestigend antwoorden op die vraag: hartstikke leeg! Weer wat geleerd. En weer een uitdaging om aan te gaan, want ik bedacht me dat ik nog nooit eerder een motor had opgestart met startkabels.

Maar dat was voor later, want eerst maakten we nog een uitstapje naar een prachtige botanische tuin in de buurt en aten alweer een smakelijke lunch aan zee. Daarna togen we terug naar het dorpje om James opnieuw tot leven te wekken, zodat ik weer op weg kon gaan. Easier said than done, zo bleek. Mijn stoere zes cilinder dieselmotor gaf geen kik met twee startkabels aan een 2.0 benzinemotor van een Alfa Romeo 156. Dus op zoek in het dorp naar iemand met nog een paar kabels, en zowaar gevonden! Maar ook dat mocht niet baten, James had dieselkracht nodig dat was duidelijk. Hmm, now what? Er stond een Mercedes busje op dezelfde parkeerplaats…helaas onbemand. Net op het moment dat we besloten strategie te gaan bepalen, kwamen er drie Duitse meisjes aanwandelen, op weg naar hun Mercedes busje! Toeval bestaat niet.

Ik vroeg hen vriendelijk in mijn allerbeste Duits of ze mij konden helpen met opstarten, en dat wilden ze wel gelukkig. Het kostte nog enorm kunst en vliegwerk om hun bus dicht genoeg bij James te krijgen doordat er een andere auto naast hem stond, maar de kabels bleven te kort. Dus uiteindelijk hebben we met z’n zessen James een stukje naar achter geduwd (met drie lukte het eerder niet om zijn bijna 3000kg in beweging te krijgen) om alle vier de kabels aan te sluiten. Twee op de Alfa en twee op de Mercedes bus. Blij met deze mega kickstart ontvlamde James met een luide VROEM! Wat een lekker geluid was dat zeg! Hoera voor Duitse meisjes! Vielen Dank nogmaals..

Na een half uurtje draaien en opladen, durfde ik de reis weer aan te vangen. Ik zwaaide mijn vrienden uit, kroop achter het stuur en ging op weg naar het zuiden. Nou ja, een stukje dan, want ik had besloten om eerst naar de Costa Liguria te gaan in plaats van linea recta naar Rome. Een kwestie van meteen maar beginnen met ontspannen, mooie dingen zien en de grote augustus drukte voor zijn. James en ik snorden tevreden, al werden we bijna van de weg geblazen omdat er ondertussen een halve storm was komen opzetten. Van ontspannen tuffen was geen sprake vandaag. Het was een parcours van hoge bruggen boven diepe afgronden, afgewisseld met soms erg lange tunnels (niet mijn favoriete plekken als lichte claustrofoob), die gelukkig regelmatig zeer scherpe bochten hadden, aan het begin, in het midden of aan het eind; of all of the above. O ja, had ik al gezegd dat er geen vluchtstrook was? Een typische Ligurische snelweg dus, waar je gewoon lekker 130 km/pu kunt rijden, of harder als je Italiaans bent. Ah, het Italiaanse verkeer en rijgedrag. Ik zal er later nog eens een blogje aan wijden om te vertellen hoeveel ik al geleerd heb om te
integreren op de weg hier….

Ach ja, ik heb het overleefd en ook al was het inspannend, ik zag het alweer als een ervaring met James. Bovendien was het landschap om die bruggen en tunnels heen werkelijk schitterend, en dat zie je toch een stuk beter als je maar 80km/pu rijdt. Zo zie je maar weer: elk nadeel heeft z’n
voordeel, het is echt zo.

Ik arriveerde in Albenga (km: 189.543) en vond een plekje op Camping Delfino aan het strand. Het voelde super om weer met James te zijn. Zoals
ik al zei, de nacht ervoor had ik ‘m toch enigszins alleen gelaten op die parkeerplaats, wat niet helemaal goed voelde. Nu waren we weer samen, just him and me. Nou dat heb ik geweten. De vier dagen erna heb ik amper twintig zinnen gesproken, waarvan de helft nog tegen mezelf! De rest slechts tegen receptionistes van twee campings, een winkelcaissière en een ober. Een vloek en een scheldwoord richting een paar krijsende kinderen daargelaten, maar ook die waren meer in mezelf uitgesproken, dan dat ik daadwerkelijk naar ze toe ben gelopen om hen dan wel hun ouders uit te foeteren voor hun irritante dreingedrag.

Blijkbaar sloten de werelden van Albenga en Rapallo (waar ik daarna heen ging, km: 189.886, camping Miraflores) niet aan op de mijne. Het waren ook wel twee uitersten. In Albenga zat ik tussen Italiaanse proleten (excusez-moi le mot, maar het was echt zo) met uitbundige tatoeages, veel bier, veel buiken in een soort Benidorm sfeertje. In Rapallo en vooral in het prachtige naburige Portofino liep ik tussen de Italiaanse jet set; nieuw geld of oud geld, zwart, wit of witgewassen, in welke vorm dan ook: geld. Veul geld.

Twee werelden die niet de mijne zijn. Geen matje, bierbuik, Armani of zeiljacht voor mij. Niet dat ik discrimineer hoor; ik had graag een stapje gewaagd in die andere werelden. Ik was graag aangeschoven aan de BBQ van dat gezellig luidruchtige gezin op de camping in Albenga, maar ik werd nogal verdacht bekeken in mijn eentje zonder joelende kinderen. En ik had een boottochtje op een miljoenenjacht echt niet afgeslagen, maar ik snap heel goed dat ik in mijn blauwe fietsbroek en felblauwe rugzakje nogal zou detoneren tegen het glimmende wit van het schip. Ik ben dan ook maar niet gebleven om getuige te zijn van een Engelse bruiloft boven op de berg in het Castello Brown in Portofino dat ik op dat moment bezocht. Ik wilde de poepsjiek geklede jonge Engelse upper class niet in verlegenheid brengen met mijn sportieve outfit…dus ik ben knetterhard
op mijn mountainbike naar de camping teruggebikkeld omhoog de steile hellingen van het smalle kustweggetje op en zoevend omlaag, onderwijl genietend van deze spectaculaire kust.

Iets dat ik de dag ervoor met James had gedaan, niet wetende dat ik daar amper kon komen met mijn lange, brede en vooral hoge camper en vooral ook niets te zoeken had, aangezien er geen campings of camperplekken zijn in de klifdorpjes vanaf Rapallo. Dat soort zaken zouden ze van mij best wat duidelijker in die gidsen mogen zetten! Maar goed, ik draai mijn hand niet meer om voor wat slingeren langs afgronden op een smal weggetje…weer wat geleerd. En zo leerde ik ook dat de Liguri (Italianen van de Ligurische kust) nogal gesloten en timide zijn. Aardig, dat
wel, maar niet zo spraakzaam tegen vreemden.

Tja, het hoort er bij als je alleen reist, maar op die momenten mis ik mijn vrienden en dierbare familieleden het meest, dat moge duidelijk zijn. Een goed gesprek, samen op stap, lachen, een dikke knuffel. Ik ben een rijk mens met al die fijne mensen in mijn leven, maar als ze ver weg zijn,
of in dit geval als ik ver weg ben, voel ik me soms een sociale armoedzaaier. Gelukkig weet ik dat ze aan me denken, dat ze me digitaal in de gaten houden, en dat ze, net als jij lieve blog-lezer, met smart en ongeduld wachten op elk nieuw bericht op dit blog. Sterker zelfs, af en toe krijg ik een bijna vermanende mail of sms met de vraag waar een update van mijn avonturen blijft. Op de moeilijke eenzame momenten, en die zijn er regelmatig, warm ik me aan de gedachte van al die betrokken lieve schattebouten daar in het noorden: love you all!

Ik probeer natuurlijk zelf ook op de hoogte te blijven van hun levens, al is dat niet altijd gemakkelijk vanaf hier, maar hoera voor social media! Vanaf de zijlijn krijg ik zodoende toch af en toe wat mee: een nieuw project, een nieuwe baan, alle leuke festivals in Antwerpen en Den Haag die ik mis, liefdesperikelen, arbeidsperikelen, vakantieplannen, verjaardagen, verhuizingen, verbouwingen, optredens, baby’s die geboren worden of de
groeiende omvang van een buik met daarin een nog ongeboren kind…waar facebook en Twitter al niet goed voor zijn.

En dit blog, want ik wil voordat ik er weer vandoor ga, nog iets moois vertellen. Ik kreeg namelijk een heel speciaal cadeautje van twee lieve Gentse vrienden op mijn laatste avond voor vertrek. Ik bracht die avond door bij hen, samen met nog wat anderen en bij het aperitief kreeg ik een envelop in mijn handen gedrukt: iets dat ze mij wilden geven voor vertrek. Nu dacht ik aan een mooie wens of talisman, zoals al meer vrienden hadden geschonken (en die allemaal in James hangen of liggen). Het was echter iets heel anders.

Ik trof een kaart aan met daarop de tekst: ‘Eerst was er een vermoeden, maar toen werd het realiteit…’ [ik dacht nog steeds aan mijn reis], maar de tekst vervolgde met ‘Blijkt dat jij getuige was van de making off…..[ik dacht huh?] van onze kleine garnaal!’ Mijn ogen sperden zich wijd open, toen ik na nog ongeveer twee seconden besefte wat ze bedoelden. Ik keek hen aan, ze keken geamuseerd terug, en toen zag ik pas dat er nog wat in de envelop zat: twee kopieën van een echo! Wat een verrassing! Ik riep keihard NEE, dat meen je niet!? Niet omdat ik het geen goed nieuws vond, maar puur uit ongeloof. Dit had ik namelijk niet verwacht. Ze knikten bevestigend.

Toen drong pas het volledige bericht tot me door: ik was er bij toen hun baby verwekt is! Dat wil zeggen, ik lag in de logeerkamer ernaast. Ik logeerde een paar dagen bij hen eind maart, als eerste logeetje in hun prachtige nieuwe huis. We hadden haar verjaardag gevierd met een heerlijk diner en zij waren het nog gaan vieren in de stad. Ik was zo moe dat ik de kroeg niet meer zag zitten, heel moe dus, en sliep al toen zij midden in de nacht thuis kwamen. Ik werd wakker van gestommel, moest naar het toilet en toen ik langs hun slaapkamer liep op de terugweg naar de mijne, hoorde ik dat ze haar verjaardagsfeest ook in bed nog aan het doorzetten waren. Ik weet niet hoe dat zit met jou, maar ik word er altijd blij van als ik anderen hoor vrijen. Ik voel geen gêne, eerder nieuwsgierigheid en ik moest me inhouden om niet op hun deur te kloppen om ze te vertellen hoe leuk ik het voor ze vond dat ze het zo naar hun zin hadden. Ook omdat ik wist dat ze het nodig hadden, gezien het feit dat de laatste verbouwingsloodjes zwaar waren geweest. Maar ik hield me in en dook weer lekker in mijn eigen bed. Bij het ontbijt informeerde ik natuurlijk wel
even naar de avond en nacht, zo ben ik dan ook wel weer.

Zij wisten dus dat ik hen had gehoord, en nu blijkt die verjaardagsstoeipartij het moment te zijn dat ze hun eerste spruit hebben verwekt! Wat een geweldig nieuws! En wat een fantastisch gevoel dat ik daar getuige van ben geweest, sort of. Ik voel me nu al verbonden met dat spartelende kikkervisje en informeer dan ook regelmatig naar zijn/haar toestand, naar de dikte van de buik en spreek de moeder in spé via de mail toe dat ze vooral gezonde dingen moet eten, goed voor zichzelf moet zorgen en zich door manlief moet laten verzorgen! Hetgeen ze vanzelfsprekend allemaal doet, ook zonder mijn mails, maar ja, ik voel me toch een beetje medeverantwoordelijk….nietwaar?

Zo ben ik met de aankondiging van een nieuw leven, mijn nieuwe leven begonnen. Poëtischer dan dat bestaat volgens mij niet. Ik had het
al graag in mijn eerste blog update verteld, maar ik kreeg pas een paar dagen geleden groen licht: de twaalf weken echo was helemaal goed en het is een zwemkampioen. Dus nu mag de hele wereld het weten dat Lady Lynn en haar koene ridder Basile hun eerste liefdesbaby verwachten!!!

Ik wens ze er alle geluk van de wereld mee, ze zullen het vast nodig hebben af en toe. Want als ik hier op een camping weer eens een krijsend
geval hoor, ben ik toch wel erg blij dat die niet bij mij in de camper ligt….

Hoe ik minder timide Liguri ontmoette in Lévanto, bij Le Cinque Terre, bewaar ik voor een volgende keer. Dit bericht is alweer veel te lang voor een blog, er zijn vast al lezers halverwege afgehaakt, opgejaagd door de digitale snelweg. Bovendien ben ik toe aan wat nachtrust. Hopelijk word ik vannacht niet opgegeten door muggen hier in Monopoli (onder Bari). Bizar hoor, zwermen agressieve muggen aan het strand terwijl het ook nog eens waait. Zelfs de muggen houden zich hier in Italië niet aan de regels! Het is me wat…

Tot de volgende!

Voor nu een lieve nachtzoen,

Eef

 

*heerlijke film met de overheerlijke Johnny Depp