Maandelijks archief: juni 2011

When in Rome do as Romans do*

Ik weet het, ik heb je te lang alleen gelaten. Ik loop al drie weken achter op mijn blog schema en dwing mezelf nu te schrijven over plekken waar ik reeds vertrokken ben. Letterlijk en figuurlijk. Het reizen heeft alle gevoel van tijd weggevaagd – ik vraag me niet meer elke dag minstens driemaal af wat voor dag het is, het interesseert me niet meer. Het maakt helemaal niets meer uit. Er is geen verschil meer tussen maandag, woensdag, vrijdag of zondag. Behalve dan dat op die laatste dag de meeste winkels gesloten zijn, maar niet allemaal en niet altijd. Dus elke dag is gelijk. En elke dag anders. Elke dag is alles mogelijk. En niets hoeft.

Er is geen vast patroon meer, geen schema. Ik heb wensen in mijn hoofd, maar ik maak geen strakke planning. Ik heb ideeën over routes, maar bezie elke dag opnieuw of ik ze ten uitvoer breng. Ik hou me nergens aan, en niemand legt mij ergens op vast. Mijn tijd is uitgerekt, ik heb er meer van dan ooit, en tegelijk weet ik dat ik tijd tekort kom om al mijn wensen te vervullen op deze ongelooflijke reis. Maar ook dat doet er niet toe.

Mijn leven voelt vloeibaar. Ongrijpbaar. Ik heb geen notie van wat me allemaal nog staat te gebeuren, maar ik weet dat ik dat alles zelf bepaal. Ik kies elke dag zeer bewust meerdere keren over het verloop ervan. Mijn bewustzijn is zo groot dat het me af en toe de adem beneemt. De vrijheid die ik ervaar, is amper in woorden te vatten en zo onmetelijk meer dan ik me ooit heb kunnen voorstellen. Iedere dag word ik overweldigd door de schoonheid van de wereld die Italië heet.

Ze slaat me in het gezicht met haar hitte, haar vele kleuren, haar rotsen en bergen, haar azuurblauwe zee, haar scheurende scooters, haar veelzijdige architectuur, haar sterke espresso, haar levendige taal, haar heerlijke pasta, haar goede wijn, haar nieuwsgierige bewoners, haar heftige handgebaren, haar chaotische verkeer, haar weidse landschappen, haar schilderachtige dorpjes, haar scherpe bochten in bergweggetjes langs een ravijn, haar slechte wegen, haar duizenden jaren oude ruines, haar goedlachse inwoners, haar toeterende medeweggebruikers, haar lekkere mannen, haar mooie vrouwen, haar verse ijs, haar oude kerken, haar liefde voor liefde, haar nog prijs te geven geheimen…

Elke dag kan ik sterven van geluk en elke dag word ik herboren. Ik raak verstrikt en verloren, maar iedere weg komt uit bij een nieuw begin. Ik vrees bij tijd en wijlen voor de capaciteit van mijn hart. Dag na dag overladen. Keer op keer overtroffen. Getroffen in het diepst van mijn wezen. Ik
ben geen reiziger. Ik ben mijn reis.

Ik wilde je vertellen dat overal waar ik kom, ik me voorstel hoe ik er zou wonen, wat ik zou doen, waar ik heen zou gaan voor mijn boodschappen en me daarom altijd zo gewoon mogelijk (lees niet toeristisch), maar wel vrouwelijk en leuk kleed. Tenminste dat hoop ik toch. Ik was daarom
helemaal blij dat een Engelse filmploeg me aanzag als een Italiaanse al trippelend op haar hakken op het Piazza di Popolo in Rome (190.187, zag de km stand verspringen van 189.999 naar 190.000!).

Ik wilde je deelgenoot maken van mijn avonturen in Le Cinque Terre (189.744), waar ik voor Rome vijf dagen verbleef en mijn eerste amoureuze ontmoeting had. Op deze reis dan hè. Eentje om nooit meer te vergeten, maar die alweer een eeuwigheid geleden lijkt.

En ik wilde je laten weten dat ik zo in vervoering raakte van mijn bezoek aan Pompei (190.462) dat de tranen over mijn wangen liepen. Dat ik aan het eind van diezelfde dag de rookpluimen in de krater van de Vesuvius zag kronkelen en alle gevoel van realiteit kwijt was. Gruwel en dood uit het
verleden schudden in het heden de hand van historische pracht, natuurlijke kracht en de pronkende praal van een chaos die Napels heet.

Dat ik daarna langs de Amalfi kust reed die pijn deed aan mijn ogen bij het zien ervan, dat ik verschrikkelijk genoot van het rijden door die honderden bochten in de weg en dat het leek alsof James om mij heen slingerde in plaats van wij samen op het asfalt. En hoe ik getrakteerd werd op een knetterend vuurwerk die avond vanaf een berg aan de overkant van de vallei van Cava di Tirreni (190.560).

En ik heb je zoveel te vertellen over mijn dagen daarna, toen ik ben overgestoken naar de Adriatische kust: het Castel del Monte, mijn eerste dagen in Monopoli (190.921), mijn heerlijke dagje Bari op en neer (191.030) waar ik de helft van mijn haar kwijt raakte bij de kapper en mijn negen (!)dagen daarna terug in Monopoli maar op een andere camping. Alwaar de afgelopen dagen plaats, tijd en mensen tot een samenballing kwamen die mijn hart compleet heeft opengebroken. Een vacuüm waaruit ik mijzelf vanochtend heb losgerukt met alle hartzeer van dien.

Dat ik een halve dag heb rondgereden op mini weggetjes door de streek van de trulli huizen voordat ik in staat was te stoppen, bang om de storm in mij niet aan te kunnen als ik stil zou staan. Bewegen, rijden, gaan en gaan en gaan, is de beste remedie. En bewust kijken, aandacht voor het moment, details in de omgeving zien en benoemen. Eigenlijk een vorm van meditatie: stilte in je hoofd zoeken door pure observatie (iets dat ik meteen herkende toen William Least Heat-Moon het benoemde in zijn boek Blue Highways**). En dat ik vanmiddag weer enigszins tot mijzelf kwam in het prachtige witte Ostuni door een espresso, een wandeling en een klein Italiaans gesprekje.

Maar ik kan het niet. Het spijt me. Ik ben zo vol van alles dat ik slechts hier op het camperpark bij Lecce (191.178) in James kan zitten in de hoop dat ik niet weer in huilen uitbarst. In de hoop dat ik ondanks de buikpijn van mijn overvolle hoofd en hart mijn pasta maaltijd binnenhoud.

Ik heb dit gevoel nog nooit beleefd. Intenser dan dit heb ik nog nimmer geleefd. Morgen struin ik door Lecce, een stadje met de meest verbluffende Italiaanse barokke architectuur naar het schijnt. Oh boy.

Vol vuur,

eef

*Engelse uitdrukking die overeenkomt met het Nederlandse gezegde “’s lands wijs, ’s lands eer”

**Dank Peter Kuipers!

Cry Baby*

Daar ging ik dan…eindelijk kruiste ik de grens met La Bella Italia, het beloofde land! Vervolgens sloeg ik na Ventimiglia meteen linksaf richting Aierole, om na amper een paar Italiaanse kilometers alweer halt te houden. Maar ja, wat wil je als vrienden van je hier een huisje hebben? Waar ze
op dat moment vertoeven en een overheerlijke lunch van risotto, schaaldieren en een goed glas wijn aan het bereiden zijn? Stoppen en aanschuiven dus! Een heerlijk welkom op Italiaanse bodem door de Hollandse Miss Chris en haar Richard!

We maakten een prachtige middagwandeling op de heuvels rondom het dorpje naar een natuurlijk en ijskoud bassin van het riviertje, waar we een verkwikkende plons namen, en genoten ’s avonds van nog meer lekker eten. Het was een ontspannen en waarachtig begin van mijn Italiaanse  avontuur. Ik sliep voor een nachtje in het huis, hoewel het een beetje voelde alsof ik James in de steek liet en had een onrustige nacht. Bij het ontbijt op het dakterras keek ik echter over de mooie groene heuvels en glimlachte tevreden. Tot ik aan de overkant van de heuvels de koplampen zag flitsen van een kleine pick-up die over een kronkelweggetje slingerde.

Oops, dacht ik. Koplampen, dacht ik. En nogmaals: oops. Ik zei tegen mijn tafelgenoten wat ik zojuist had gedacht en voegde eraan toe dat ik mij niet herinnerde dat ik de koplampen van James gister had uitgedaan. Dat ik eigenlijk wel zeker wist dat ik ze niet had uitgedaan. En ik nam nog een slok van mijn sapje. Opnieuw was ik verbijsterend kalm. Tja, mocht het zo zijn, er was nu toch niets meer aan te doen, toch? Ik kon het net niet zien vanaf het huisje (James stond op een parkeerplaats een paar straten lager half in het zicht), dus ik ging even later op onderzoek uit. Zou de accu leeg zijn na een middag en nacht de lampen aanlaten? Mijn nieuwsgierigheid was snel bevredigd en ik kan bevestigend antwoorden op die vraag: hartstikke leeg! Weer wat geleerd. En weer een uitdaging om aan te gaan, want ik bedacht me dat ik nog nooit eerder een motor had opgestart met startkabels.

Maar dat was voor later, want eerst maakten we nog een uitstapje naar een prachtige botanische tuin in de buurt en aten alweer een smakelijke lunch aan zee. Daarna togen we terug naar het dorpje om James opnieuw tot leven te wekken, zodat ik weer op weg kon gaan. Easier said than done, zo bleek. Mijn stoere zes cilinder dieselmotor gaf geen kik met twee startkabels aan een 2.0 benzinemotor van een Alfa Romeo 156. Dus op zoek in het dorp naar iemand met nog een paar kabels, en zowaar gevonden! Maar ook dat mocht niet baten, James had dieselkracht nodig dat was duidelijk. Hmm, now what? Er stond een Mercedes busje op dezelfde parkeerplaats…helaas onbemand. Net op het moment dat we besloten strategie te gaan bepalen, kwamen er drie Duitse meisjes aanwandelen, op weg naar hun Mercedes busje! Toeval bestaat niet.

Ik vroeg hen vriendelijk in mijn allerbeste Duits of ze mij konden helpen met opstarten, en dat wilden ze wel gelukkig. Het kostte nog enorm kunst en vliegwerk om hun bus dicht genoeg bij James te krijgen doordat er een andere auto naast hem stond, maar de kabels bleven te kort. Dus uiteindelijk hebben we met z’n zessen James een stukje naar achter geduwd (met drie lukte het eerder niet om zijn bijna 3000kg in beweging te krijgen) om alle vier de kabels aan te sluiten. Twee op de Alfa en twee op de Mercedes bus. Blij met deze mega kickstart ontvlamde James met een luide VROEM! Wat een lekker geluid was dat zeg! Hoera voor Duitse meisjes! Vielen Dank nogmaals..

Na een half uurtje draaien en opladen, durfde ik de reis weer aan te vangen. Ik zwaaide mijn vrienden uit, kroop achter het stuur en ging op weg naar het zuiden. Nou ja, een stukje dan, want ik had besloten om eerst naar de Costa Liguria te gaan in plaats van linea recta naar Rome. Een kwestie van meteen maar beginnen met ontspannen, mooie dingen zien en de grote augustus drukte voor zijn. James en ik snorden tevreden, al werden we bijna van de weg geblazen omdat er ondertussen een halve storm was komen opzetten. Van ontspannen tuffen was geen sprake vandaag. Het was een parcours van hoge bruggen boven diepe afgronden, afgewisseld met soms erg lange tunnels (niet mijn favoriete plekken als lichte claustrofoob), die gelukkig regelmatig zeer scherpe bochten hadden, aan het begin, in het midden of aan het eind; of all of the above. O ja, had ik al gezegd dat er geen vluchtstrook was? Een typische Ligurische snelweg dus, waar je gewoon lekker 130 km/pu kunt rijden, of harder als je Italiaans bent. Ah, het Italiaanse verkeer en rijgedrag. Ik zal er later nog eens een blogje aan wijden om te vertellen hoeveel ik al geleerd heb om te
integreren op de weg hier….

Ach ja, ik heb het overleefd en ook al was het inspannend, ik zag het alweer als een ervaring met James. Bovendien was het landschap om die bruggen en tunnels heen werkelijk schitterend, en dat zie je toch een stuk beter als je maar 80km/pu rijdt. Zo zie je maar weer: elk nadeel heeft z’n
voordeel, het is echt zo.

Ik arriveerde in Albenga (km: 189.543) en vond een plekje op Camping Delfino aan het strand. Het voelde super om weer met James te zijn. Zoals
ik al zei, de nacht ervoor had ik ‘m toch enigszins alleen gelaten op die parkeerplaats, wat niet helemaal goed voelde. Nu waren we weer samen, just him and me. Nou dat heb ik geweten. De vier dagen erna heb ik amper twintig zinnen gesproken, waarvan de helft nog tegen mezelf! De rest slechts tegen receptionistes van twee campings, een winkelcaissière en een ober. Een vloek en een scheldwoord richting een paar krijsende kinderen daargelaten, maar ook die waren meer in mezelf uitgesproken, dan dat ik daadwerkelijk naar ze toe ben gelopen om hen dan wel hun ouders uit te foeteren voor hun irritante dreingedrag.

Blijkbaar sloten de werelden van Albenga en Rapallo (waar ik daarna heen ging, km: 189.886, camping Miraflores) niet aan op de mijne. Het waren ook wel twee uitersten. In Albenga zat ik tussen Italiaanse proleten (excusez-moi le mot, maar het was echt zo) met uitbundige tatoeages, veel bier, veel buiken in een soort Benidorm sfeertje. In Rapallo en vooral in het prachtige naburige Portofino liep ik tussen de Italiaanse jet set; nieuw geld of oud geld, zwart, wit of witgewassen, in welke vorm dan ook: geld. Veul geld.

Twee werelden die niet de mijne zijn. Geen matje, bierbuik, Armani of zeiljacht voor mij. Niet dat ik discrimineer hoor; ik had graag een stapje gewaagd in die andere werelden. Ik was graag aangeschoven aan de BBQ van dat gezellig luidruchtige gezin op de camping in Albenga, maar ik werd nogal verdacht bekeken in mijn eentje zonder joelende kinderen. En ik had een boottochtje op een miljoenenjacht echt niet afgeslagen, maar ik snap heel goed dat ik in mijn blauwe fietsbroek en felblauwe rugzakje nogal zou detoneren tegen het glimmende wit van het schip. Ik ben dan ook maar niet gebleven om getuige te zijn van een Engelse bruiloft boven op de berg in het Castello Brown in Portofino dat ik op dat moment bezocht. Ik wilde de poepsjiek geklede jonge Engelse upper class niet in verlegenheid brengen met mijn sportieve outfit…dus ik ben knetterhard
op mijn mountainbike naar de camping teruggebikkeld omhoog de steile hellingen van het smalle kustweggetje op en zoevend omlaag, onderwijl genietend van deze spectaculaire kust.

Iets dat ik de dag ervoor met James had gedaan, niet wetende dat ik daar amper kon komen met mijn lange, brede en vooral hoge camper en vooral ook niets te zoeken had, aangezien er geen campings of camperplekken zijn in de klifdorpjes vanaf Rapallo. Dat soort zaken zouden ze van mij best wat duidelijker in die gidsen mogen zetten! Maar goed, ik draai mijn hand niet meer om voor wat slingeren langs afgronden op een smal weggetje…weer wat geleerd. En zo leerde ik ook dat de Liguri (Italianen van de Ligurische kust) nogal gesloten en timide zijn. Aardig, dat
wel, maar niet zo spraakzaam tegen vreemden.

Tja, het hoort er bij als je alleen reist, maar op die momenten mis ik mijn vrienden en dierbare familieleden het meest, dat moge duidelijk zijn. Een goed gesprek, samen op stap, lachen, een dikke knuffel. Ik ben een rijk mens met al die fijne mensen in mijn leven, maar als ze ver weg zijn,
of in dit geval als ik ver weg ben, voel ik me soms een sociale armoedzaaier. Gelukkig weet ik dat ze aan me denken, dat ze me digitaal in de gaten houden, en dat ze, net als jij lieve blog-lezer, met smart en ongeduld wachten op elk nieuw bericht op dit blog. Sterker zelfs, af en toe krijg ik een bijna vermanende mail of sms met de vraag waar een update van mijn avonturen blijft. Op de moeilijke eenzame momenten, en die zijn er regelmatig, warm ik me aan de gedachte van al die betrokken lieve schattebouten daar in het noorden: love you all!

Ik probeer natuurlijk zelf ook op de hoogte te blijven van hun levens, al is dat niet altijd gemakkelijk vanaf hier, maar hoera voor social media! Vanaf de zijlijn krijg ik zodoende toch af en toe wat mee: een nieuw project, een nieuwe baan, alle leuke festivals in Antwerpen en Den Haag die ik mis, liefdesperikelen, arbeidsperikelen, vakantieplannen, verjaardagen, verhuizingen, verbouwingen, optredens, baby’s die geboren worden of de
groeiende omvang van een buik met daarin een nog ongeboren kind…waar facebook en Twitter al niet goed voor zijn.

En dit blog, want ik wil voordat ik er weer vandoor ga, nog iets moois vertellen. Ik kreeg namelijk een heel speciaal cadeautje van twee lieve Gentse vrienden op mijn laatste avond voor vertrek. Ik bracht die avond door bij hen, samen met nog wat anderen en bij het aperitief kreeg ik een envelop in mijn handen gedrukt: iets dat ze mij wilden geven voor vertrek. Nu dacht ik aan een mooie wens of talisman, zoals al meer vrienden hadden geschonken (en die allemaal in James hangen of liggen). Het was echter iets heel anders.

Ik trof een kaart aan met daarop de tekst: ‘Eerst was er een vermoeden, maar toen werd het realiteit…’ [ik dacht nog steeds aan mijn reis], maar de tekst vervolgde met ‘Blijkt dat jij getuige was van de making off…..[ik dacht huh?] van onze kleine garnaal!’ Mijn ogen sperden zich wijd open, toen ik na nog ongeveer twee seconden besefte wat ze bedoelden. Ik keek hen aan, ze keken geamuseerd terug, en toen zag ik pas dat er nog wat in de envelop zat: twee kopieën van een echo! Wat een verrassing! Ik riep keihard NEE, dat meen je niet!? Niet omdat ik het geen goed nieuws vond, maar puur uit ongeloof. Dit had ik namelijk niet verwacht. Ze knikten bevestigend.

Toen drong pas het volledige bericht tot me door: ik was er bij toen hun baby verwekt is! Dat wil zeggen, ik lag in de logeerkamer ernaast. Ik logeerde een paar dagen bij hen eind maart, als eerste logeetje in hun prachtige nieuwe huis. We hadden haar verjaardag gevierd met een heerlijk diner en zij waren het nog gaan vieren in de stad. Ik was zo moe dat ik de kroeg niet meer zag zitten, heel moe dus, en sliep al toen zij midden in de nacht thuis kwamen. Ik werd wakker van gestommel, moest naar het toilet en toen ik langs hun slaapkamer liep op de terugweg naar de mijne, hoorde ik dat ze haar verjaardagsfeest ook in bed nog aan het doorzetten waren. Ik weet niet hoe dat zit met jou, maar ik word er altijd blij van als ik anderen hoor vrijen. Ik voel geen gêne, eerder nieuwsgierigheid en ik moest me inhouden om niet op hun deur te kloppen om ze te vertellen hoe leuk ik het voor ze vond dat ze het zo naar hun zin hadden. Ook omdat ik wist dat ze het nodig hadden, gezien het feit dat de laatste verbouwingsloodjes zwaar waren geweest. Maar ik hield me in en dook weer lekker in mijn eigen bed. Bij het ontbijt informeerde ik natuurlijk wel
even naar de avond en nacht, zo ben ik dan ook wel weer.

Zij wisten dus dat ik hen had gehoord, en nu blijkt die verjaardagsstoeipartij het moment te zijn dat ze hun eerste spruit hebben verwekt! Wat een geweldig nieuws! En wat een fantastisch gevoel dat ik daar getuige van ben geweest, sort of. Ik voel me nu al verbonden met dat spartelende kikkervisje en informeer dan ook regelmatig naar zijn/haar toestand, naar de dikte van de buik en spreek de moeder in spé via de mail toe dat ze vooral gezonde dingen moet eten, goed voor zichzelf moet zorgen en zich door manlief moet laten verzorgen! Hetgeen ze vanzelfsprekend allemaal doet, ook zonder mijn mails, maar ja, ik voel me toch een beetje medeverantwoordelijk….nietwaar?

Zo ben ik met de aankondiging van een nieuw leven, mijn nieuwe leven begonnen. Poëtischer dan dat bestaat volgens mij niet. Ik had het
al graag in mijn eerste blog update verteld, maar ik kreeg pas een paar dagen geleden groen licht: de twaalf weken echo was helemaal goed en het is een zwemkampioen. Dus nu mag de hele wereld het weten dat Lady Lynn en haar koene ridder Basile hun eerste liefdesbaby verwachten!!!

Ik wens ze er alle geluk van de wereld mee, ze zullen het vast nodig hebben af en toe. Want als ik hier op een camping weer eens een krijsend
geval hoor, ben ik toch wel erg blij dat die niet bij mij in de camper ligt….

Hoe ik minder timide Liguri ontmoette in Lévanto, bij Le Cinque Terre, bewaar ik voor een volgende keer. Dit bericht is alweer veel te lang voor een blog, er zijn vast al lezers halverwege afgehaakt, opgejaagd door de digitale snelweg. Bovendien ben ik toe aan wat nachtrust. Hopelijk word ik vannacht niet opgegeten door muggen hier in Monopoli (onder Bari). Bizar hoor, zwermen agressieve muggen aan het strand terwijl het ook nog eens waait. Zelfs de muggen houden zich hier in Italië niet aan de regels! Het is me wat…

Tot de volgende!

Voor nu een lieve nachtzoen,

Eef

 

*heerlijke film met de overheerlijke Johnny Depp

Sweet Home Alabama (3)*

My heroes, my boys, one day we will meet again…

Zo ben ik acht maanden weg, en zo ben ik drie dagen achtereen hier op dit blog, het is wat. Maar ja, beloofd is beloofd, ik moet je nog vertellen van mijn redding in nood…

Wel, ik arriveerde in Aix-en-Provence op 24 mei, geen idee wat voor dag het was, ik ben al blij als ik de datum weet tegenwoordig, ik ben werkelijk elk gevoel van tijd kwijt. En dat al na een kleine week, dat belooft! Het zal mij dan ook benieuwen of ik daadwerkelijk in september terug kom of niet…geen idee of ik tegen die tijd namelijk überhaupt nog weet wat een datum is.. Anyway, km:  189.198.

Ik installeerde James, schonk mijzelf een camparisoda in en sloeg aan het kokkerellen: een heerlijke mix van gebakken groenten en een gebakken zalmforel, alles met veel knoflook, olijfolie en herbes de Provence. Na de maaltijd zat ik zowat te slapen aan mijn tafeltje, terwijl het pas 21 uur was. Het was dan ook een lange vermoeiende dag en rit geweest, de alcohol hakte er ook behoorlijk in. Het was warm, ik was warm en had al twee dagen niet gedoucht, dus het leek me geen slecht idee om eens te douchen. Ik liet de airco lekker aan, zodat het wat frisser zou zijn als ik  terugkwam.

Zelden zo intens genoten van een douche! Lekker heet, een echte harde straal en alle vermoeidheid en de dikke laag viezigheid van de dag verdwenen in het putje met het water. Ik voelde me helemaal herboren toen ik terug trippelde naar James, klaar om te chillen en daarna in mijn bedje te kruipen.

Ik kwam aan en alles was donker. Huh? What happened? Ik dacht meteen: shit die airco, dat was vast geen goed idee! En dat was het inderdaad niet. Er was iets geklapt in James, niets deed het nog. De elektra niet (ook niet na het switchen van de stekker naar een ander contact in het kastje van de camping, zo ver was ik ook al wel), maar ook mijn lampen niet meer, hetgeen erg vreemd was, want die werken op de extra accu’s niet op de elektra. Ik snapte er niets van, maar bleef wonderbaarlijk rustig. Ik dacht simpelweg: het is donker, het heeft geen nut om nu ingewikkelde dingen uit te proberen vissen, dat komt morgen wel. Ik was helemaal tevreden met mijn zaklamp, mijn olielampje en mijn IKEAlampje op zonne-energie, keek nog ff op facebook en ging toen maar gewoon slapen. Ja,ik was ook onder de indruk van mijn kalmte, maar ja, soms is het leven heel simpel.

De volgende dag ontwaakte ik langzaam in mijn mobiele bedje. Het duurde een paar tellen voordat het weer tot me doordrong wat de situatie was en ik testte nog eens (je weet maar nooit) de lampen: niets. Jammer, niet zomaar opgelost in de nacht dus. Ik kwam er tijdens het tandenpoetsen achter dat ook het water er mee ophield (de pomp werkt namelijk ook op de accu’s), toen was het ineens niet zo leuk meer. Dus wat gedaan?

Ik realiseerde me dat ik lid ben van de ANWB, zelfs met extra camper clausule, dus ik bel. Dat leek me slimmer dan zelf maar in het wilde weg een garage te zoeken in Frankrijk. En zo gezegd, zo gedaan. Binnen het uur zou er iemand komen, een Nederlanders zelfs, lekker handig om de boel uit te leggen. Prima dacht ik, en ik ging ontspannen ontbijten. Hoewel ik me ook enigszins zorgen begon te maken om al dat eten in mijn koelkastje dat het ook niet meer deed, want geen elektra, maar ook geen werkende accu om de ontsteking te maken die nodig is om ‘m op gas te laten draaien…hmmm, het werd nu snel minder en minder leuk..maar ja, ik moest toch gewoon wachten, dus dat deed ik.

En toen kwam hij! De jongen van de ANWB! Mooi dacht ik, in no time ben ik weer helemaal up and running! Had ik gedacht ja. En gehoopt. En
gewenst. Die jongen trouwens ook. Maar helaas. Hij is een halve dag bezig geweest met mij en James, dat lidmaatschap heb ik er meteen uit dat wel, maar hij kon het probleem niet vinden.

Eerst leek het een gesprongen glaszekering te zijn in mijn technisch dashboard van de camper, o was dat het? Dan ging hij die toch gewoon even halen ergens, want ja, dat kleine speciale type had hij niet bij zich. Okidoki, zei ik, dan wacht ik fijn hier, ik ga toch nergens heen. Ik zette me in mijn tuinstoel met een boek, lunchte ook nog wat en vijf kwartier later (!!) kwam hij terug. Zonder de juiste zekering. En nu? Hij had wel een  andere zekering van 2A gevonden, in plaats van de 10A die ik nodig had, want je wist maar nooit, misschien zou James het daarmee wel redden tot ik de juiste later dan een keer had… Aha, juist ja. Nou ja, leek als ik ben, stemde ik overal mee in.

Dus zekering erin en…..niets. De teleurstelling was op onze gezichten te lezen. Bij hem, omdat hij duidelijk in de problemen zat, bij mij omdat nog steeds met een probleem van een levenloze James zat. Behalve natuurlijk de motor, die deed het prima. Op zich kon ik dus gemakkelijk heel Italië
rondrijden de komende drie maanden, ik had alleen geen licht, geen water, geen koelkast, hetgeen het mobiele wonen toch enigszins bemoeilijkte. Maar je hoorde mij niet klagen; ik had altijd nog gas, dus ik kon me altijd nog helemaal storten op koken. Misschien kon ik in plaats van die roman een kookboek schrijven…maar ja, de accu’s van mijn beide laptops zouden wel heel snel leeg zijn…

De ANWB jongen kwijtte zich opnieuw aan zijn taak en zocht overal naar zekeringen om ze door te meten en te checken. Die van de extra accu’s:
check. Die van de waterpomp: check. Die van de voertuigaccu: check. Die van de motor: check. Ook nog even de motor bekeken, want die was de dag te voren minstens tien keer afgeslagen bij het terugschakelen. Niet echt normaal vond ik, en bovendien niet eerder gebeurd. Motor: check. Alles was oké, alles deed het, nergens een kapotte zekering. Toen wist mijn ANWB jongen het echt niet meer en zei dat ook eerlijk. Hij was ook niet echt van de campers en de elektra, maar van de motoren. Tja, ik had ook geen antwoord, anders had ik hen natuurlijk nooit gebeld. Uiteindelijk moest hij het opgeven en vetrok naar al die andere mensen die aan het wachten waren, met de belofte dat zijn collega zou bellen met een adres van een garage die gespecialiseerd was in campers. Ik was nog steeds angstaanjagend kalm voor mijn doen. Mensen die mij langer kennen zouden dat meteen beamen en waarschijnlijk een stilte voor de storm vermoeden, maar nee lieve mensen, dit is mijn nieuwe staat van zijn. Zoals ik al eerder zei, gister of eergisteren dat weet ik niet meer, ik doe niet meer aan stress. Ik neem het leven zoals het op me afkomt. Of dat nu met een knal is, die alles uitgooit, of al kabbelend, zodat ik suf indut. Whatever comes to me..

Ik wachtte al lezend in mijn boek op het telefoontje dat om 15 uur kwam, ongeveer een half uur nadat de ANWB jongen vertrokken was. Ik twijfelde of ik op dat tijdstip nog wel zo ver naar een garage moest rijden, zeker in Frankrijk. De aardige dame bij de receptie bevestigde dat en verzekerde me lekker nog een nachtje te blijven en morgenvroeg naar een andere garage te gaan. Eentje op 10km daar vandaan, en beter dan die andere, eentje die zij kende, betrouwbaar en helemaal gespecialiseerd in campers. Hoezo had de ANWB mij dan naar een andere, veel verder weg, gestuurd? Ik dacht bij mezelf: Eef, volg het advies op van deze dame en ga morgen. Genoeg gedoe voor vandaag. En ik dacht: Eef, je hebt gelijk, wat een goed idee, ik ga lekker zwemmen in het zwembad. In al mijn luiheid twijfelde ik nog even over dat laatste, maar gelukkig overtuigde ik mezelf van de noodzaak van enige lichaamsbeweging.

En daar gebeurde het. Bij het zwembad, nadat ik veertig baantjes (van slechts 15m hoor) had getrokken. Ik was samen met een andere kerel zo’n
beetje de laatste badgast. Hij hing heel chill aan de badrand en bekeek me vol verbazing terwijl ik me zo verschrikkelijk fysiek aan het inspannen was. Daarna lag ik op een handdoek bij te komen, hij vlak achter mij, en toen arriveerde zijn vriend. Het eerste woord dat ik ontwaarde was tering, dus dat bevestigde onmiddellijk mijn eerdere vermoeden, namelijk dat die eerste kerel een Nederlander was. En open als ik sta voor de wereld om mij heen op dit moment, sprak ik hen toe om ze dat te vertellen. Hoe grappig het was dat je Nederlanders er altijd uit kunt halen.

Het werd een gezellig gesprekje daar aan het zwembad, we keuvelden over vakanties, mijn reis, mijn schrijven, het feit dat ze daar vijf weken zaten voor een cursus . Ik vertelde uitvoerig en grappend over mijn technische problemen. De heren bleken helikoptermonteurs bij een particulier
helikopterbedrijf in Den Helder, en deden die cursus om een certificaat voor een specifieke helikopter te behalen. Nou, dat kon slechter dan in de Provence, lachten we. Ik had nooit eerder iemand ontmoet die dat werk deed, dus vond het erg interessant en begon gelijk mijn vragen te stellen over dat rare gedrag van James bij het terugschakelen. Conclusie: ik moet nog leren rijden in een diesel en bovendien James gewoon nog beter leren kennen, zodat ik al zijn finesses onder de knie krijg.

Ik was gezien de hopeloze technische situatie gek genoeg helemaal blij. Ik voelde me prima, het zwemmen had me goed gedaan en dit gesprek ook. En toen vroegen de heren of ze niet even mochten kijken naar James. Het zat hen nogal dwars dat die ANWB jongen geen oplossing had gevonden, niet alleen omdat ze het vervelend vonden voor mij, maar ook omdat het simpelweg in hun technische aard lag om zich vast te bijten in mijn probleem. Er moest een oorzaak en dus een oplossing zijn, meestal nog simpel ook.

Natuurlijk mochten de heren dat! Iedereen die mij dacht te kunnen helpen in deze situatie was meer dan welkom, van mijzelf moest ik het niet hebben namelijk. Tenminste op dat moment, nu weet ik zoveel meer van James, dat ik een aantal zaken zelf al zou kunnen oplossen. Denk ik toch. Maar ja,als er mannen in de buurt zijn, waarom zou je? Zeker als het ook nog eens aardige en technisch onderlegde mannen zijn!

De heren haalden wat gereedschap en gingen met me mee. En geloof het of niet; binnen vijf (!!) minuten hadden ze het probleem gevonden en
opgelost. Scusi? U zegt? Jawohl, geen grap. Ze checkten een van de zekeringen van de extra accu’s door deze niet alleen te meten (tot zover de ANWB), maar door hem eruit te halen en te bekijken (hallo ANWB??), en wat bleek: half doorgebrand en wat verrot. En toen leerde ik een basisprincipe van monteurs: gewoon even wat rommelen en dan is het vast weer goed. Aha, juist ja. En zo geschiedde, ze schuurden de zekering wat op aan de randen (=rommelen) en hij deed het weer! No way zeg je nu vast. Yes way dus! James kwam weer tot leven, alles deed het weer. Ik kon het nog niet helemaal bevatten, en begon als een gek alle lampen aan te knippen. Yep, alles deed het.

De heren keken me aan met een grote tevreden grijns. Wat moet dat heerlijk zijn als man om een vrouw in nood zo te kunnen helpen! Ze maakten
aanstalten om weer naar hun eigen plekje te gaan, maar daar heb ik natuurlijk een stokje voor gestoken. Wat zeg ik, stok! Ik declameerde ze tot mijn helden van de dag, van de week, van mijn reis, van mijn alles, ook namens James natuurlijk! Dus ik trakteerde hen op een biertje op het terras aan de overkant van de straat. En dat ene biertje (gin-tonic voor mij), werden er twee en het werd heel gezellig. Toen het terras dicht ging, trakteerden zij mij op een heerlijke pizza van het kraampje vijf meter verderop, die we gezamenlijk hebben opgesmikkeld bij hun kampeerplek op de camping. Vervolgens voegden we hier nog meer bier, whiskey voor mij, en kaasjes, crackers etc. aan toe. Ik zei al, het werd heel gezellig.

Ik heb een avond uit duizenden gehad en dat met in feite volslagen vreemden. Maar ik kan je vertellen dat een dergelijke redding in nood een sterkere band smeedt dan wat dan ook. Ik was niet alleen dolgelukkig dat mijn probleem opgelost was, ik was ook dolgelukkig met mijn twee helden: Herman en Jeroen. Ik heb zo van ze genoten die avond, we hebben zoveel gepraat over, ach waarover niet eigenlijk? Over het leven, werk, over je leven omgooien, over reizen, over relaties, liefde, seks, werkelijk alles. Op enig moment kregen we alle drie de slappe lach, na tien minuten wisten we niet eens meer waarom, maar we kwamen niet meer bij. De andere camping gasten waren vast ook heel blij met ons, maar dat deerde niet, wij hadden die avond de wereld aan onze voeten. Wij waren veroveraars! Ik weet dat dit sentimenteel en misschien zelfs onwaarschijnlijk klinkt, maar in die ene avond hebben mijn helden en ik elkaar in onze harten gesloten. Een ontmoeting als deze overkomt je niet elke dag, het was een bijzonder moment. Ik ben mijn helden eeuwig dankbaar en zal onze avond en onze vriendschap, want dat is het, altijd blijven koesteren.

Ik heb ze de volgende ochtend vroeg uitgezwaaid, toen ze naar weer een cursusdag vertrokken, want dat had ik beloofd die avond en bovendien wilde ik ook vroeg opstaan, al twijfelde ik om zelf te vertrekken. Ik had zo een hele week met ze kunnen doorbrengen, ware het niet dat Italië en het avontuur me riepen, dus ik vertrok. Maar het voelde alsof ik een stukje van mezelf achterliet. We zijn nu een week verder en ik mis mijn helden nog steeds. Ik denk elke dag aan ze. Ze ronden deze week hun cursus af en gaan dan weer naar Nederland. Ik weet dat zij mij ook missen, we hebben namelijk regelmatig sms contact, ze vertellen me dat het niet meer hetzelfde was nadat ik was weggegaan, ik liet een leegte achter die zelfs hun exclusieve prototype speelgoedmodel helikopter niet kon vullen (elke avond lieten ze die over de camping vliegen en hadden als twee kleine jongens de grootste lol).

Ze zijn vanaf die avond betrokken bij mijn reis, bij wat ik meemaak, broederlijk vragen ze me of het goed gaat met mij en James, of ik het naar mijn zin heb. Heel lief. Ik hou ze op de hoogte, vertel waar ik ben, dat ik mooie dingen zie, maar ook dat ik een beetje eenzaam ben. Blijkbaar heeft onze ontmoeting zoveel spirituele energie opgeslokt, dat er voorlopig geen ruimte is voor nieuwe kennismakingen. Maar dat geeft niet, ik heb de tijd, dat komt wel weer. Ik kan nog best een tijdje toe met deze, telkens als ik aan hen en die avond denk, moet ik vanzelf weer lachen. Mijn reis kon niet beter beginnen dan met hen aan mijn zij in gedachten.

Dus ik reed naar Italië, na toch nog een stop bij die garage, want de elektra leek het alsnog niet te doen. Wat bleek, mijn helden hadden gelijk, alles was goed, maar de elektrabox van de camping was er blijkbaar helemaal uitgeknald. Heel vreemd dat die andere twee campers daar niets van
merkten, maar misschien zijn ze daar later alsnog achter gekomen. Dus ik kocht extra zekeringen bij die garage, liet op advies van mijn helden die ene half verrotte meteen vervangen, en vond zowaar in een potje in een kastje drie reserve glaszekeringen van 10A waar die aardige ANWB jongen zo lang naar op zoek was geweest…oops. Sorry, ik wist niet dat ik ze had.

Ik was all set to go, voelde mij de koningin te rijk en liet Frankrijk achter me. Just me and James on the highway to Italy. Stuiterend zat ik achter het stuur en zong zo hard mogelijk mee bij een van de beste autoliedjes ever: Sweet Home Alabama.

Hoe ik thuis kwam in Italië, en daar meteen weer een technische stunt uithaalde, vertel ik je een volgende keer.

Voor nu een dikke bacione en een stevige abraccio!

eef

*Lynyrd
Skynyrd

Sweet Home Alabama (2)*

Ik ga op reis en neem mee…

Een road trip door Italië dus. Iets dat al een jaar of negen in mijn hoofd zat als droom, maar waar ik nooit aan toegekomen was. Had iets te maken met de vastigheid van een relatie, een huis,een baan, geldgebrek, etc…maar daar heb ik het de vorige keer al over gehad. Dat heb ik allemaal achter
me gelaten, het verleden doet er niet meer toe. Het hier en nu, dat is al wat telt. En nu ben ik hier in Italië.

Natuurlijk na een paar dagen rijden door Frankrijk, ook heel mooi, dat heb ik nooit ontkend. En na wat technische avonturen mag ik wel zeggen… tja, niemand is perfect, dus ook James niet. Alhoewel hij eigenlijk geen blaam treft. Technische problemen worden meestal door toedoen van mensen veroorzaakt, en zo ook nu. Dus ik beken schuld en vrijwaar James bij deze. He is my love and life, dus geen slecht woord wil ik horen over hem. Ik weet dat ik nu erg gehecht lijk aan materie, maar James is zoveel meer dan dat, zoals gezegd, ik heb mijzelf in handen gegeven in de zijne. Nou ja, zijn wielen dan. Maar goed, ik lekker op weg door la Douce France naar la Bella Italia.

Km stand bij vertrek in Nederland: 187.662.

Ik liet mijn eerste traan van geluk bij Rochefort, toen er bovenaan een heuvel een enorme wijdte van groen en zonnige lucht zich voor me uitspreidde… Het gaf me een heel bewust gevoel van de oneindigheid van tijd, ruimte en leven in combinatie met juist de verschrikkelijke beknoptheid van die drie dingen in één simpel mensenleven. Sereen dacht ik: dit is het, dit is het moment. Zelfs als nu de wereld vergaat (stond geloof ik ingepland voor die 21e mei), zelfs als ik het niet red om wat voor reden dan ook, dan heb ik dit toch gevoeld. Een machtig gevoel dat niemand mij ooit nog kan afpakken. Natuurlijk ga ik niet uit van doemscenario’s, verre van, maar dat ogenblik was zo krachtig, dat ik er achter het stuur een traantje van wegpinkte.

Eerste stop Nancy (km 188.414): niks aan de hand, het kleine camper parkeerplekje aan de rivierkade was alleen wat lastig te vinden, that’s all (GPS vond het ook lastig). De andere camper mensen (lees gepensioneerden) bekijken me een beetje vreemd: een dame alleen in zo’n grote camper? Op hun plekje? De ietwat autistische beheerder vraagt me of ik alleen ben, werpt toch een blik naar binnen om mijn bevestigend ‘Oui’ tot zich te laten doordringen en geeftals respons een simpel : ‘Drôle’ (=grappig voor de niet-Fransozen onder ons). Hij begeleidt me bij het strak achteruit inparkeren en ik sta. Check. Alles onder controle. Als een geroutineerd camper bewoner (lees mijn eerste keer) zet ik de blokken achter mijn wielen om James te stabiliseren, steek ik de juiste stekkers in de juiste stopcontacten en draai aan de juiste ventielen voor het gas. Ondertussen gadegeslagen door alle andere kampeerders plus beheerder. Ik geloof dat ze na een tijdje concluderen dat ik geen gevaar voor hun omgeving ben, zodat we allemaal fijn kunnen ontspannen.

Alhoewel, ontspannen…zo’n eerste nacht in Frankrijk aan dewaterkant is toch best enerverend. Elk geluid klinkt driedubbel zo hard als ik in mijn mobiele bedje lig, dat had ik ook in Nederland en België al ervaren die eerste dagen, maar in Frankrijk is het natuurlijk nog vreemder allemaal..misschien omdat ik niet alles snap wat er om me heen gezegd wordt. Want die leuke kade blijkt de hang out van jongeren die indrinken voor ze de stad ingaan, of nadrinken na het uitgaan, het is tenslotte zaterdagavond! En als ’s nachts twee dronken tieners op een fiets recht naast James en mij op hun bek vliegen doordat ze ff de ijzeren ketting niet zagen die het terreintje afbakent en daarbij een van de paaltjes uit de grond meesleuren, twijfel ik even of het allemaal wel zo’n goed idee was… maar dan zie ik ze keihard lachen om hun stunt, elkaar aansporen om er een foto van te nemen (hoera digitale tijdperk) en zie ze dan weer vrolijk op de fiets springen om verder te zwabberen. Ach, zaterdagnacht in een Franse provinciestad, je moet wat om je te amuseren als zeventienjarige.

De volgende dag douche ik mij onder een soort van sproeiertje waar toch echt water uit schijnt te komen, hoewel ik mijn best moet doen om nat
te worden, betaal en ga weer op weg naar het zuiden! Ik neem de route nationale, want ik rij toch maar iets van 90-100 km per uur, dus waarom zou ik op die dure tolwegen rijden en niks van mijn omgeving zien? Ik tuf vrolijk door met een constante big smile op mijn gezicht. Na een lange en vermoeiende rit (alleen rijden is best intensief) arriveer ik bij mijn tweede stop: Saint-Jean-d’Ardières (iets onder Macôn). Na wat zoeken en aanwijzingen van zeer aardige mensen voor wiens huis ik stop en overduidelijk de weg kwijt ben (de namen van de gidsen lopen helaas niet altijd gelijk op met de namen in de GPS), vind ik een prachtige plek op le Domaine de Grande Ferrière, bij de familie Nesme. Km stand: 188.821

Ik mag vrij op hun terrein gaan staan, gratis en voor niks, en mag ook nog elektra en water tappen. Geen wonder dat er nog twee Nederlandse campers staan! Nee hoor, dat had meer te maken met het feit dat het een wijnboer is en je een speciale camper wijnboerengids schijnt te hebben (ja er gaat werkelijk een camperwereld voor me open)…ik viel dus met mijn neus in de boter, want de kleindochter van de wijnboer bood me meteen een wijnproeverij aan, tja wat zeg je dan? Ik in elk geval geen nee! Dus ik liet het mij smaken en ging daarna terug naar James, die natuurlijk al wel op die blokken stond, leek me handiger vooraf aan de vier glazen wijn die ik kreeg, want simpel is dat gedoe met gassen, ontkoppelen en op het juiste moment de handrem erop gooien niet. En toen bleek dat ik geen elektra kon tappen, want ik had geen verloopje naar een gewoon stopcontact. Euh, wat? En ik maar denken dat ik alles bij me had, bleek ik een verloopje nodig te hebben…hmmm, dan maar geen elektra, de koelkast doet het ook op gas en de lichten op de accu’s. Bovendien had ik hier ook geen douche, dus ach, een beetje improviseren was het toch al.

Ik zette mij aan mijn schrijfopdracht voor de Burton Academie** (een mooie mini novelle over een jaar op de academie) en moest concluderen dat ik me wat gejaagd voelde met de deadline voor Burton en mijn eigen doel, namelijk linea recta naar Roma rijden. Ik was kapot van al het rijden, alle indrukken, alle nieuwe ervaringen, alle afscheidsfeestjes de week ervoor (drie stuks was toch een beetje veel, maar wel heeeeeel gezellig), en
vond dat stress geenszins de bedoeling kon zijn van dit avontuur. Dat was wel het laatste waar ik op zat te wachten, dus ik besloot het vanaf dat moment echt dag voor dag te nemen, te beginnen met de volgende dag eens niet te rijden. Ik sliep als een roosje op het rustige Franse platteland en zette lekker geen wekker!

Dus de volgende dag zat ik prinsesheerlijk in mijn luie stoel met kwetterende vogels om mij heen te werken aan het Burton boek. Dat dan weer wel…maar ja, het moest af. Ik wilde dat het af was. En zo gezegd, zo gedaan, aan het eind van de dag vertrok ik op mijn spiksplinternieuwe tweedehands mountainbike naar het dorp, op naar de MacDonals voor gratis wifi (want mijn usb abonnement van Vodafone beweerde ineens dat ik aan mijn limiet zat!) en voor een verloopje…

Nou dat heb ik geweten! Laat ik het samenvatten als volgt: heerlijk gefietst, na twee winkels een verloopje gevonden plus nieuw snoer met twee gewone stekkers zodat ik op alles voorbereid zou zijn, en na heel veel, lees: heeeeeeeeel veeeeeeeeeel gedoe per telefoon er achter gekomen dat
Vodafone mij een geweldig mobiel europa abonnement had verkocht maar het verkeerde had geactiveerd. De jongen aan de lijn kwam er achter toen ik nog ongeveer twee minuten batterij over had en heeft alles geregeld in de laatste seconden aan de lijn en ook nog nadat ik weggevallen was… Hoera voor techniek! Hoera voor de idiote batterij van de iphone die veel te snel leeg is! En hoera voor die lieve jongen van Vodafone!

Anyway, het boek was verstuurd, ik was weer online en had een verloopje. Dacht ik. Nou ja, het klopte alle drie, behalve dan dat het verloopje niet klopte:( Ik had een mannetje, terwijl ik een vrouwtje nodig bleek te hebben. Ach, dat zou ik morgen dan wel regelen, hoe moeilijk kon het zijn…

Well, pretty damn hard dus! Ik ging de volgende dag weer en route, nadat ik twee flessen wijn kocht van de wijnboer (nee merci, ik weet al hoe hij smaakt, het is 10 uur en ik ga zo rijden) en nadat ik eerst een hoop onderhoud dingen had gedaan. Ja, je bent ff bezig hè met zo’n camper. Normaal draai je de kraan gewoon open, maar ik moet mijn watertank wel af en toe bijvullen, anders is het toch lastig tanden poetsen. En dat toiletje moet natuurlijk ook af en toe leeg, en dat doe je toch echt beter voordat het overstroomt, sommige dingen hoef ik niet te ervaren, dank u. En dan ook nog mijn vieswatertank leeg laten lopen en we zijn toch algauw een klein uurtje verder. Gelukkig heb ik drie maanden, dus wat zou ik me druk maken over tijd nietwaar? Bovendien had ik zojuist besloten me helemaal niet meer druk te maken. Een besluit dat pas echt in werking trad aan het eind van die dag, maar daarover straks meer.

Na drie doe-het-zelf-zaken had ik dan toch een verloopje gevonden dat juist was en dus paste in de mannelijke stekker van James. Ik moest het wel in een pakket kopen met nogmaals een verkeerd verloopje, maar ach wat kon mij dat schelen, beter te veel dan te weinig nietwaar? Nog een ander stekkertje voor aan mijn snoer, zodat ik elk mannetje in elk vrouwtje kon stoppen. Of een zaak in stekkers beginnen. Of verloopjes. Maar ik was blij, deed ook nog wat boodschapjes en draaide zo hup de grote snelweg op met James, want ik wilde wat kilometers maken na al dat gedoe.

En dat deed ik. Ik sjeesde helemaal naar Aix-en-Provence. Na nog twee stops, dat dan wel weer. Eentje om gas te tanken en eentje om later mijn dieseltank vol te gooien. Ik kreeg bij het tanken van het gas veel aandacht en hulp van een tankbediende die zeer onder de indruk was van mijn
solo avontuur en James met grote ogen bewonderde. Ik kan je zeggen dat het altijd goed werkt om een beetje de hulpeloze maar toch ook stoere vrouw uit te hangen als je iets technisch nodig hebt, vooral als er mannen in de buurt zijn. Ik had namelijk nog nooit gas getankt, moest een vrachtwagenchauffeur vriendelijk verzoeken om ergens anders dan op de enige GPL tankplek te parkeren met zijn mega truck, vervolgens keren, en tegen de richting in achteruit inparkeren op die plek omdat de slang veel te kort was en mijn tank rechts en niet links zit…ach, ik heb tijd nietwaar? (hoezo mantra van de week?) En ik voelde me heel veilig en geholpen, ik werd langs alle kanten in de gaten gehouden door zo’n beetje alle aanwezige mannen. Het feit dat ik tijdens het rijden, en dus ook tanken, hakken draag onder mijn korte broek met blote benen die er best mogen wezen, kan er natuurlijk ook iets mee te maken hebben gehad.

Hoewel mannen niet altijd in de buurt zijn als je ze nodig hebt. Ik kreeg namelijk twee dagen eerder de schrik van mijn leven toen er tijdens het rijden een gigantisch beest naar binnen vloog door het open raam. Alhoewel vloog, hij ketste keihard tegen mijn rechterneusvleugel en viel toen levenloos (of bewusteloos dat weet ik niet) tussen mijn benen op de stoel. Ik gilde het uit omdat ik eerst dacht dat er iets in mijn neus was gevlogen, en daarna omdat ik zag dat het ‘ iets’ tussen mijn benen was gevallen en vervolgens omdat het werkelijk een draak was! Een soort van ranzig bruin smerig 3cm groot steekvliegachtig monster! Je ziet, insecten zijn niet mijn ding. Sterker zelfs, insecten zijn samen met de meeste geleedpotigen zoals spinnen, torren, kevers, en ander kriebelig kruipend ongedierte, ook wel creepy crawlers genoemd, mijn grootste nachtmerrie. Slangen geen probleem, roofdieren geen probleem, muizen geen probleem, maar alles met 6, 8 of meer poten jaagt mij werkelijk de stuipen op het lijf. Ik weet dat ze meestal banger zijn voor mij dan ik voor hen, maar die rationalisatie helpt geen zak. Dus dat akelige beest moest tussen mijn
benen uit. Hij bewoog gelukkig niet, anders had ik waarschijnlijk een ongeluk  veroorzaakt, maar ik heb er een dikke vijf minuten over gedaan om met blote  handen hem heel snel aan een vleugel vast te pakken en het raam uit te zwiepen. Het kostte me meerdere pogingen en onderdrukte kokhalzen. Dat zijn dus de  momenten in mijn leven dat ik mijzelf beklaag dat ik alleen ben en geen man heb  die mij steunt en vooral die viezigheid bij me vandaan houdt dan wel haalt! Ik kan  nog een dergelijk verhaal vertellen over een mega spin die vorig jaar de doorgang naar mijn voordeur versperde (op het plafond), maar dan komt er nooit een eind aan dit blog, dus die bewaar ik voor een andere keer.

Het zal wel komen doordat ik hier in mijn eentje in Italië zit, en al vier dagen lang amper aanspraak heb gehad, maar de woorden vloeien nogal veelvuldig uit mijn vingers. Of het komt doordat ik in die eerste week van mijn reis gelijk zoveel heb meegemaakt. Want het beste verhaal moet ik nog vertellen. Het verhaal van mijn twee redders in nood, mijn helden van deze reis.

Maar morgen, want nu moet ik echt slapen. Morgen ga ik namelijk Le Cinque Terre bekijken, een Unesco Erfgoed park: vijf dorpjes
op de rotsen, alleen bereikbaar te voet, per boot of trein. Ik denk dat ik voor een combi van alles ga in tegenstelling tot de horden wandelaars hier op de  camping (in tijden niet zoveel campers en Duitsers bijeen gezien).

En ik beloof je, daarna vertel ik je het fantastische verhaal van mijn twee helikopterhelden. Toch nog een part 3 van dit blog dus…

Ciao e un bacione!

*Lynyrd Skynyrd

** www.burtonacademie.nl