Categoriearchief: tussendoortjes

My shadow days are over..*

Wat heb ik dit gemist. Wat heb ik jou gemist. Niet dat je ooit verdwenen was uit mijn gedachten, maar je was ver weg. Verdomde ver weg. Hoewel ik je nooit uit het oog ben verloren. Je was er constant, recht voor mijn neus. Het lukte me echter niet om bij je komen. Keer op keer strekte ik mijn arm en hand uit om op je schouder te tikken en ik dacht je te raken, maar mijn vingers gleden langs je heen. Een onzichtbaar laagje hield ons uit elkaar, een ondoordringbaar vlies dat alles troebel maakte.

Voor mij dan toch. Ik geloof niet dat jij je heldere kijk op de dingen was verloren. Ook nu zie ik je glimlachen en naar me kijken met die blik vol vertrouwen. Mijn baken in de strijd. Hoe kon ik jou ooit loslaten? Of toch minstens de draad tussen ons zo in de knoop laten komen dat ik hem bijna niet meer kon ontwarren? Hoe heb ik hem überhaupt uiteen gekregen?

Ik zie in je ogen dat jij het antwoord weet. Dat je het altijd al hebt geweten. Dat je zelfs nu al weet dat ik in de toekomst opnieuw van je af zal dwalen, zo ver dat ik je bijna niet meer zal herkennen, maar ook dan uiteindelijk bij je zal weerkeren. Ik zie het nu ook weer helder. Ik twijfel niet meer. Jij bent mijn lotsbestemming. Wij zijn verbonden in de woorden die jij uit mij dwingt. Nu die zware schaduw opgetrokken is, kan ik ze weer lezen in mijn hoofd. Ze zijn weer vrij om op te stijgen.

Dat is eigenlijk het enige dat ik je kwam vertellen. Ik heb namelijk geen verhaal. Geen avontuur. Ik  zat vast, zeg ik je net. Compleet verstrikt in de chaos van mijn vrije leven. Onrust maakte van mijn hoofd een grote pan vol borrelende lettervermicellisoep. Ik kon roeren wat ik wilde, ik kreeg er geen chocola van gemaakt. Overleven is niet hetzelfde als leven.

En nu zit ik hier driftig te tikken op dat toetsenbord. Ik kon niet anders. Ik moest. Ik moet. Ik wil je laten weten dat ik er voorlopig weer ben. Ik wil je mijn woorden geven, al zijn ze misschien niet gewichtig. Of literair verantwoord. Het kan me niet schelen. Ze zijn van mij voor jou. Meer telt niet op dit ogenblik. Ik weet dat jij dat begrijpt. Dat maakt jou zo fantastisch.

Het komt erop neer dat er opnieuw licht is in mijn leven. Vanuit verschillende hoeken zijn de schaduwen weggeblazen. Ik geef weer licht door. Eindelijk. En voor het eerst in jaren word ik verwarmd met zilver licht. Geheel onverwacht.  Niet gedacht dat die deur werkelijk van het slot was, al had ik een voorzichtig vermoeden. Blijkbaar heeft de juiste hand de klink gegrepen..

En na maanden krampachtig pogen mijn voeten in de aarde te steken, realiseerde ik me dat ik moest bewegen. Het asfalt op met James. Mijn enige eigen plek op de wereld op dit moment. Opnieuw thuis op reis. Misschien ben ik werkelijk gedoemd om te zwerven. Een dolende ziel op vier wielen. Ik weet het antwoord niet.

Jij wel? Wil je me er deelgenoot van maken? Of blijf je zwijgend naar me grijzen?

Wel, bij deze grijns ik breeduit naar je terug. En ik neem er nog een op ons. Salute!

 

* Shadow Days by John Mayer: http://www.youtube.com/watch?

Let’s spring!

Ik heb je alweer verwaarloosd. Het spijt me. Oprecht. Er is geen excuus, ik weet het. Ik heb niets dan slappe uitleg, maar ik zal een poging wagen. Dat is het minste wat ik kan doen voor jou. Jij die hier altijd op me wacht.
Ik vermoed twee redenen:

1. Mijn neiging tot lanterfanten, flierefluiten en rondrennen in het leven als een pasgeboren lammetje in de wei, vrolijk rondhupsend tussen de boterbloemen en madeliefjes op zoek naar avontuur en andere beestjes om in de kont te bijten. Je kent me. Ik heb zelden de lente niet in mijn kop. Mijn hoefjes trappelen als vanzelf onder mijn lijf vandaan als ik te lang binnen ben gebleven. En ik heb veel buiten gespeeld de laatste tijd..dat kan ik niet ontkennen.

2. Mijn onbegrijpelijke drang om weg te lopen van de dingen die goed voor me zijn, totdat ik me eraan overgeef in een bijna blind fanatisme, kenmerkend voor deze alles-of-niks-junkie. Ik wacht, ik stel uit, omdat ik me er totaal en onvoorwaardelijk in wil smijten op het juiste moment. Wanneer het echt kan. Wanneer alles klopt. Dus ik ontwijk. Ik schuif voor me uit. Keer op keer. Maar telkens zinloos.
Want er is immer dat ene punt in de tijd. Het ogenblik dat ik mijzelf  inhaal en tegen mijn eigen bips bots. Het springend lam dat plots zichzelf sjokkend ziet grazen tussen de makke schapen om zich heen, ergens in een gezapige toekomst in de kudde. Genoeg schrik in de wol om zich de komende tijd weer als een bokkige ram te gedragen dus! Iets met sport, discipline en veel schrijven. Heel veel schrijven. Mijn eerste roman bijvoorbeeld..

Maar goed, dat zijn allemaal speculaties gebaseerd op winderige chocolade eieren. Ik spuit ook maar wat losse elf.

Verder gaat het trouwens erg goed. Ik strijk voorlopig weer een tijdje neer in het Haagse. Wie weet heb ik daar binnenkort ook weer pecunia en een dak om onder te slapen.
Maar bovenal heb ik vreselijk veel mooie mensen om me heen die me volstoppen met vriendschap en warmte. En verse broodjes erbovenop.
Een normaal mens zou bijna misselijk worden van zoveel geluk. Gelukkig ken ik geen normale mensen.

Kus en een kopje in je hals,
Eef