Ik ben een rivier, ik draag het wrakhout op mijn rug*

Ik zal het je maar onmiddellijk vertellen. Ik ben verliefd. Hoteldebotel van het leven. Smoorverliefd op Italië. En na vijftien jaar opnieuw tot over mijn oren op Sardinië. De godganse dag door schreeuwt mijn hart het uit van geluk, het is bijna niet te verdragen. Ik loop rond als een idioot met een constante grijns op mijn zon getinte gezicht. Ik steek iedereen die ik ontmoet ermee aan.

Ik geef licht door aan hen die mijn weg kruisen. Ik kan het zien in hun ogen, er gebeurt iets op het moment dat ik ze mijn verhaal vertel. Een vonk slaat over, mijn vuur raakt hen in het hart. Het is onvermijdelijk, ik kan het niet helpen. Ik ben als een opengesneden slagader waar het bloed uit stelpt en alles rondom besmeurt.

Ik doe waarvoor ik hier op aarde ben. Dit is mijn taak. Mijn doel. Met eenvoudige middelen. Ik vertel wie ik ben met mijn woorden; in levende lijve of zwart op wit. En ik vertel met mijn lijf. Mij werkelijk kennen, is mij voelen. Als ik spreek met mijn lichaam verdriedubbelt het energieniveau en ontstaat er een nieuwe dimensie in tijd en ruimte. Een plaats voorbij taal. Een plek die net zo paradijselijk is als mijn Sardinië.

Het eiland waarop ik zestien jaar geleden voor het eerst in mijn leven ongekende hartstocht heb ervaren. Een liefde zo heftig dat ze me heeft verzwolgen en me heeft doen verdrinken in mijzelf. Ze was niet vol te houden, ons beider harten werden uiteen gereten door de afstand. Na het afscheid vijftien jaar geleden ben ik verdwenen in een put ergens diep vanbinnen. Er restte slechts een schaduw, een kopie die vooral met haar hoofd leefde.

Ik was onwetend. Ik geloofde mijzelf oprecht, terwijl ik mezelf volkomen in de luren had gelegd. Wist ik veel dat ik verstopt was. Tot ik na jaren langzaam weer boven water kwam. Heel voorzichtig zwom ik naar de oppervlakte en veroorzaakte daar hoge golven. Waterkolken en stroomversnellingen. Mijn leven lag op zijn gat, ikzelf met een bloedneus tegen de vlakte.

Maar mijn ogen waren weer geopend. Ik begon mijzelf weer te zien in het diepst van mijn wezen. En prompt werd mijn hart voor de tweede keer doorboord met een allesverzengende passie. Deze liefde was nog vuriger dan die eerste uit mijn jeugd. Ze bracht me tot in mijn ziel. Iets dat maar weinigen gegeven is. Ze liet me vliegen tot hoog in de hemel, en smeet me vervolgens ter aarde vanaf die hoogte. Ik bleef maandenlang vallen tot er niets meer overbleef van wie ik was.

Echte liefde is licht en duister ineen. De twee grote liefdes in mijn leven hebben mij laten stralen totdat het spectrum brak en ik alleen in het donker achterbleef. Net als beide anderen. Niemand is gespaard gebleven van destructie.

Het verschil met toen en nu? Destijds ben ik verder in de hoek gekropen en heb de deur achter me dicht getrokken. Het deksel op de put. Deze keer heb ik na lang zoeken de schakelaar gevonden en heb zelf het licht weer aangeknipt. Vandaag de dag ben ik mijn eigen licht.

Ik ontmoette drie dagen geleden voor het eerst na vijftien jaar opnieuw die eerste Italiaanse geliefde. Het was een weerzien dat ons beiden niet onberoerd liet. We praatten over kleine en grote dingen. Ik sprak met al mijn middelen en vertelde mijn verhaal. We trokken het verleden in het heden gedurende een dag en de tijd splitste zich in tweeën. Nu in toen en toen in nu. Betekenissen werden toegekend en al ken ik ze op dit moment nog niet allemaal, ik weet dat ze zich zullen openbaren in de toekomst. Er is iets verschoven, energie heeft zich verplaatst. Ik kan het overal om en in mij voelen. Proeven. Het is zo sterk dat het me soms de adem beneemt.

Maar het boezemt me geen angst in. Voor zover ik die überhaupt nog ervoer, ze is volledig verdampt. Ik kan niet meer bang zijn, al zou ik willen. Angst is een volslagen absurd concept geworden. Ik omarm het leven met alles wat ik ben. Met al mijn fouten, al mijn verdriet, al mijn pijn. Ze doen er niet meer toe, want ze zijn al gemaakt, ervaren, gevoeld. Ze zijn voorbij. En met al mijn wensen, dromen, plannen en ideeën. Zij doen er nog niet toe, want ze moeten nog worden vervuld en uitgevoerd. Die komen nog aan de beurt, geen zorgen. Want hier en nu is het goed, en dat is genoeg.

Dat is de enige basis die ik nodig heb om te vertrouwen op mijzelf. Op mijn leven. Op alles wat ik nog mag verwelkomen in mijn bestaan. Of dat nu veel of weinig is. Lang of kort. Alleen of samen. Alles zal goed zijn. Alles is goed.

Het is mijn houvast op de momenten dat mijn hart bloedt van eenzaamheid. Voor wanneer mijn ziel huilt in de wetenschap dat hij gedoemd is te dolen. En voor als ik tranen pleng van geluk door de vrijheid die ik als zwerver ervaar. Ja, zelfs dan.

Want deze nieuwe vrijheid is onder mijn huid gekropen en heeft zich daar genesteld. Ik vrees, niet voor mijzelf, maar voor mijn omgeving, dat ik op drift ben geraakt. Dat heeft consequenties die ik nu nog niet precies kan overzien. Zonder twijfel mooie gevolgen, maar niets is meer wat het was en alles zal anders zijn. Ik zeg het maar alvast, een kwestie van je enigszins voorbereiden. Waarop kan ik zoals gezegd, nog niet exact vertellen, maar weet dat het geweldig zal zijn. Geloof me. Dus vrees niet. Heb vertrouwen net als ik en heb vertrouwen in mij. Omarm mij zoals ik jou omarm.

Voel je me?

PS: wees gerust, alle plekken waar ik de afgelopen maand ben geweest (Salento, Basilicata, Calabria, Sicilia) en alle avonturen die ik daar
heb meegemaakt, komen uitgebreid aan bod in het boek over mijn reis…

 

*De rivier van Stef Bos

2 Reacties op “Ik ben een rivier, ik draag het wrakhout op mijn rug*

  1. Lieve Eef, het is heerlijk bevrijdend om jou te lezen… bedankt om zoveel warmte te willen delen…. Tot gauw! X

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *